is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg, 1496-1772

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KAMER „IN LIEFDE BLOEYENDE"

Welcks stijf en dwaas op-set1) Thersites') heeft gestarckt.

Vraaght ghy wien ? de Dragers Heerschap van de Coorn-marctr Syn grove botte tongh en hout niet -op' van schelden Van zijn voornaemste Knechts of alderbraefste Helden ;

Hy met al syn aanhangh sullen door trotsche spijt

De Camer eer yet lang,3) soo ghy er niet voor sijt,4) Heel helpen int verderf of in eeuwighe schanden".

Het schijnt, dat men Cornelis Jacobsz. van Campen, een neef van Roemer Visscber, die grooten invloed in de kamer had en een vriend, was van Coster en Bredero, als hoofd wilde vervangen door een Prinsche van de Dooren", „de Dragers Heerschap van den Coornmarct". Tot nu toe is het niet gelukt, uit te maken, wie daarmede bedoeld is, en evenmin, wie door Bredero Thersites werd genoemd. Wel is het bekend, dat Dr. Johan Fonteyn, die in 1630 factor was van de kamer, geen vriend was van Bredero, want deze heeft hem heftig aangevallen.8) Een vijand was ook de procureur Hendrik Boelisz. Den i4den April 1615 heten Coster, Jan Jacobsz. Visscher, Cornelis Vis, ClaesEwoutsz, Reinier Ewoutsz, Bredero en Jan Jochems . door een notaris een stuk opmaken, waarin zij verklaarden, „ten verzoeke van de andere gemeene Cameristen," dat Boelisz zich zeèr beleedigend had uitgelaten over sommige magistraatspersonen. De ander kwam daar tegenop en het in Februari 1616 door een notaris de andere leden vragen, of zij „hare stemmen oft ordre gegeven (hadden), omme sodanige attesten ende requesten aen den Edele gerechte alhier (te) adresseren"; die anderen ontkenden en de poging van Coster en de zijnen om Boehsz. kwijt te raken, hep op niets uit.6) Men ziet hieruit, op welke wijze er soms in de Kamer werd gestreden.

Bij al dat geharrewar onder elkander ontstond nu nog oneenigheid^

:

x) onveranderlijk en dwaas plan. *) Een mismaakte en hatelijke snoever en lafaard, die^ in de Ilias voorkomt. *) eerlang. *) voor oppast. '

6) Vgl. het vers lan de voorlooper in Bredero's Werken, III, blz. 143.

6) Zie Oud-Holland, XXII, 1904, blz. 40, 41. Men leert uit beide akten de namen der kamerbroeders in 1616 kennen. Het waren, behalve de boven genoemden, Dirck Corver, Dr. Jan Fonteyn, Pieter Lambertsz Brack, Pieter Corssen Corenbreeck, Pieter Louwerisz Spiegel, Lucas Claes Sergeant, Willem Adriaensz Raep, Cornelis van Campen, Cornelis Francen, Harmen Muller, Mr. Adriaen Dircks, chirurgijn, Dirk Francen, Albert van der Burch, Lambert Pietersz, Dirck Gerritsz, en Mr. Hendrik de Keyser, sedert 1594 stadsbouwmeester.

23