is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg, 1496-1772

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BRABANTSCHE KAMER ,,'T WIT LAVENDEL"

jaren van haar bestaan is niets bekend ; eerst in het begin der I7de eeuw het zij van zich hooren.

De voornaamste dichter van ,,'t Wit Lavendel" uit dien tijd was Zacharias Heynsz, een Gentenaar, die zich te Amsterdam als boekverkooper had gevestigd. Behalve gedichten en vertalingen schreef hij Vriendts-Spieghel (1602), dat waarschijnhjk naar een Latijnsch schooldrama vertaald is, en het zinnespel Pest-Spieghel, welke beide drama's natuurlijk door de Brabantsche Kamer zijn gespeeld. Vóór 1607 vestigde Heinsz zich als boekverkooper te Zwol, maar zijn Sinne-Spel van de dry hoof-deuchdenende Deuchden-schole ofte Spieghel der jonghe-dochteren zullen ook wel door ,,'t Wit Lavendel" vertoond zijn, al werden zij ook eerst in 1625 gedrukt. Ook het zinnespel, „Waer inne duydelick verclaert ende verthoont wordt alles wat den Mensche mach wecken om den Armen te troosten, ende zijnen Naesten bij te staen", waarmede de kamer deelnam aan den westrijd te Haarlem in 1606 is van Heijnsz zij behaalde er den derden prijs mee. Hoe hoog men zijne spelen stelde, blijkt o.a. hieruit, dat de Schiedamsche kamer „De roo roosen" hem opdroeg een zinnespel voor haar te schrijven, om in 1616 te Vlaardingen te vertoonen.

,,'t Wit Lavendel" behaalde te Haarlem, behalve met haar zinnespel, nog vijf andere prijzen, o.a. een voor ,,'t best gestelde refereijn," dat ook door Heynsz was gedicht. De kamer nam trouwens heel wat ijveriger deel aan rederijkersfeesten dan hare oudere zuster „In Liefde bloeyende;" deze vielen zeer in den smaak der Brabanders, die er in hun eigen land aan gewend waren en den slag hadden ze met groote opgewektheid en veel uiterlijk vertoon te vieren. In 1613 trokken zij naar Leiden met een zinnespel van Jan Siewerts Kolm, in 1615 naar Ketel met een spel van denzelfden en het volgende jaar naar Vlaardingen met een spel van Abraham de Koningh. Bij het laatste fees t verwierven zij den tweeden prijs „van 't beste spelen," terwijl „In Liefde bloeyende" den derden kreeg, en twee prijzen „van 't beste prononcieren;" het zal wel kwaad bloed hebben gezet, dat vreemde-

') Het is opgenomen in Const-thoonende Juweel, Bij de loflijcke stadt Haerlem, ten versoecke van Trou moet blijcken, in 't licht gebracht. . . Zwol. . . 1607.

De bundel is belangrijk, omdat er liedjes in voorkomen met de muziek en prenten van den intocht der verschillende Kamers.

25