Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

op eenö centrale commissie, samengesteld uit één lid uit elke provincie, te benoemen door den Commissaris der Koningin, en drie militaire leden, aan te wijzen door den Minister van Oorlog.

Ingeschrevenen, die tot een der leden der indeelingscommissie in een nader te bepalen graad van bloedverwantschap, dan wel in een kennelijke verhouding van geldelijke afhankelijkheid of van gemeenschappelijk geldelijk belang staan, worden niet voor deze commissie ter aanwijzing gesteld, doch overgegeven aan de commissie in een aangrenzend indeelingsdistrict. De commissiën houden rekening met de bij de wet gestelde regelen nopens vrijstelling, uitsluiting, uitstel van opkomst voor werkelijken dienst of voor oefening bij den landstorm, enz. Binnen hetzelfde district kan ruiling worden toegestaan tusschen de aangewezenen voor de diensten, bedoeld onder as, 6 en c, voor zooveel deze ruiling niet met de belangen der weerbaarheid in strijd wordt geacht.

Vrijstelling van eiken weerplicht (zie punt I) wordt slechts verleend op aanvraag van of van wege den belanghebbende, en uitsluitend wanneer deze kan aantoonen, lichamelijk of geestelijk buiten staat te zijn om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Kostwinners worden niet aangewezen voor dienst als bedoeld onder a.

Aan hen, die aangewezen worden voor militairen dienst, als bedoeld onder a, doch te voren eene vrijwillige verbintenis bij den landstorm hebben aangegaan, kan ten hoogste 2 jaar uitstel van opkomst onder de wapenen worden verleend. .

De geregelde deelneming aan de oefeningen van den landstorm is verplichtend, zoowel voor hen, die eene vrijwillige verbintenis daarbij hebben aangegaan, als voor hen, die zijn aangewezen ingevolge punt VI onder 2.

Werkgevers zijn verplicht de bij hen werkzaam zijnde werknemers tot die geregelde deelneming in de gelegenheid

Sluiten