is toegevoegd aan uw favorieten.

De vleeschexport van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

DE ORGANISATIE VAN DEN VLEESCHEXPORT.

sen, waartoe deze evenwel niet besloot1), doch bij motie het college uitnoodigde „zoo spoedig mogelijk voorstellen te doen om „een oplossing van het vraagstuk te verkrijgen, doch in dien „zin, dat slachthuis (en veemarkt) in gemakkelijke verbinding „met water en spoor zouden gelegen zijn".

Het college voldeed aan deze uitnoodiging door in de zitting van den Gemeenteraad van 23 December 1920 een voorstel in te dienen om de bedoelde inrichting, met de veemarkt, naar het oostelijk stadsdeel, grenzende aan de gemeente Capelle a/IJssel te verplaatsen 2).

Ondanks de groote toename van den vleeschexport uit Nederland, daajde, met uitzondering van een enkel jaar, de slachting voor uitvoer in Rotterdam. Dit was voornamelijk tot het vee beperkt, dat op de markt aldaar werd aangekocht door eenige exporteurs, die daar woonden en aan het gemeentelijk slachthuis gewend waren. Zij betaalden liever meer te Rotterdam dan het vee zonder hun toezicht te Hoek van Holland te laten slachten. Het was namelijk tijdroovend en ongeriefelijk bij het slachten van hun vee en de verdere behandeling van het vleesch te Hoek van Holland aanwezig te zijn, omdat de tremverbindingen daarheen zeer slecht waren.

II. De particuliere bedrijven. Naast de concurrentie der veeexpediteurs ontstond ook naijver onder de vleeschvervoerders, zoowel wat betreft het vervoer te land als te water, vooral bij verzending naar Engeland, waarvoor de havenplaatsen Rotterdam, Vlissingen en Harlingen aanvankelijk in aanmerking kwamen 8). Terwijl Harlingen steeds de meest aangewezen haven was voor verzending van vleesch, geslacht in het noorden van het land, ondervond deze haven het meest de concurrentie van de Maatschappij Zeeland, die, wat snelle spoorverbmding betrof, gesteund door de Maatschappij tot Exploitatie

*) Zitting Gemeenteraad 10 November 1910.

*) Handelingen van den Gemeenteraad van Rotterdam, 1920, bl. 1153. Verzameling van gedrukte stukken daarbij behoorende, volgnummer 360, bl. 1699.

*) De inrichting van het abattoir te Amsterdam schijnt in den aanvang dezer eeuw, evenmin als zijne ligging, doelmatig geweest te zijn voor het slachten voor export. In de bijlage „Openbaar Slachthuis" van het verslag over den toestand der gemeente Rotterdam over het jaar 1890 werd reeds melding gemaakt, dat pogingen om de uit Noord-Holland afkomstige dieren te Amsterdam te slachten, mislukten.

Het slachten voor export in het Amsterdamsche slachthuis bepaalde zich steeds slechts tot geringe hoeveelheden.