Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tot taak zou hebben de executie van volkenrechtelijke vonnissen bij weerspannigheid der veroordeelde Staten, welker wenschelijkheid door prof. C. van Vollenhoven in 1910 bepleit is, was niet nieuw.

In 1761 gaf Rousseau aan, hoe hij zich een Europeesch verbond dacht met eene wetgevende en rechterlijke macht, die door wapengeweld de weerspannigen zou bedwingen.

In 1789 heeft Jeremias Bentham een overzicht van het Volken recht samengesteld, gehandhaafd door een algemeen congres dat tot executie van de vonnissen zou beschikken over eene krijgsmacht, waartoe elke Europeesche Staat een contingent zou moeten leveren.

Ook Fichte wenschte naar aanleiding van Kant s ,.Entwurf zum ewigen Friede" een gewapende macht van alle Staten tot uitvoering van de vonnissen eener hoogste rechtbank.

We zien dat door de geheele geschiedenis vanaf de vroegste tijden de vredesidee bestond in de breinen van filosofen en zelfs van regeerende personen.

Is de eeuwige vrede nader gekomen ? De laatste Balkanoorlogen en het ongeluksjaar 1914 zijn er om van het tegendeel te getuigen.

Maar in de toekomst dan? zal de vredesidealist vragen. De beantwoording dezer vraag zullen we tot een volgend hoofdstuk uitstellen.

Wel eigenaardig en opmerkenswaardig is het in ieder geval, dat de vredesgedachte speciaal in de kleine landen van Europa eene bijzondere sympathie ondervindt den laatsten tijd. Hierbij heb ik niet op het oog de jongere rijken uit Zuid-Oost Europa, maar de oudere staatjes als Zweden, Noorwegen, Denemarken en Nederland.

De reden hiervan is niet ver te zoeken en we zullen dezen voor ons land verklaren.

Dat hier het vredesidee zooveel ingang vindt, ligt naast den aard van de Hollanders, welke van huisuit geene oorlogszuchtige natie vormen, in den langen tijdsduur, dat ons land zich buiten den oorlog bevonden heeft.

Het laatst heeft ons rijk oorlog gevoerd in 1830—'31. Het meest werd gevochten in den tiendaagschen veldtocht, doch dat het er nog al tam is toegegaan bewijst de minder weidsche naam van tiendaagsche ruzie, welke het volk aan dezen veldtocht gaf.

De geheele oorlog tegen het opgestane België kostte behalve finantieele, zoo weinig offers, dat men dezen eigenlijk buiten beschouwing kan laten.

Verd er teruggaand komen we aan het tijdperk der Fransche

8

Sluiten