Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langer dan een uur had Piet in de spreekkamer zitten wachten, toen de dokter eindelijk bij hem kwam en hem vond in een dichten damp van tabaksrook.

„Hei Dijkhuis," pruttelde hij, „heb je niet gelezen wat er op 'tbordje staat, dat aan de deur hangt?"

.Verboden te rooken hè, ja 'k heb *t wel gelezen, maar dan hadt je maar niet zoo lang weg moeten blijven."

„Een dokter is geen baas over zijn tijd en als je op hem wachten moet, kun je je houden aan de regels van zijn huis."

„Hou jij je ook altijd aan de gebruiken in 'n andermans huis?" vroeg Piet, die zijn pijp had uitgeklopt boven een bloempot en ze weg borg in den achterzak van zijn jas.

„Ja, natuurlijk,"

„O, dan zullen we gauw afgepraat wezen denk ik, ik kom nog es even over die zaak, waar je laatst voor bij mij geweest bent."

„Daar valt niet meer over te praten — 'k heb je toen gezegd waar de zaak op stond: je hut wordt onbewoonbaar verklaard en jij moet verhuizen — daar is 'tmee uit."

„Daar is 't mee uit ? Nee, daar is 't om de bliksem niet mee uit — 'k heb 't je toen ook al gezegd, as 't hard om hard most, dan zou je zien dat Piet Dijkhuis nog niet bang is, al wordt hij 'n dag ouwer. Maar 'k heb as 't niet noodig is, liever geen ruzie en daarom ben 'k hier nog even gekomen."

„Je hadt die moeite kunnen sparen — er wordt tóch niet meer op terug gekomen, 't voorstel tot onbewoonbaarverklaring is al verzonden."

„Dus is d'r heelemaal niks meer aan te doen?"

„Niets."

„En as 'k er niet goedschiks uit wil, word ik er uit gezet?" „Ja, natuurlijk."

„Goed, 'k zal je af wachten, maar dat wil ik je

— 8 —

Sluiten