is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit wad en polder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• "^ilJe om deze tijd van '* J'aar met zoo'n lucht m die boot van boord schipper?" vroeg Bottes zich ophijschend.

komen?61" — we kennen toch gauw genoeg weerom

„Hei je d'r om gedacht dat ik 'n vrouw en viif kleine kinderen thuis heb?"

„Daar had ik niet om te denken — as d'r nou gevaar was!" s

„D'r is gevaar, de wind kan ieder oogenblik uit schieten — Simon Bottes gaat niet mee."

„Bottes, je bent in mijn dienst en ik heb tebeoordeelen of we varen zullen — we gaan van boord "

„En as ik niet wil?"

„Ja, wegsturen kan ik je natuurlijk niet, maar dan kort ik je deze dag op je loon en wat je dan van nou al te eten krijgt mot je óók afwachten. As ik óók zorg had wou 'k niks zeggen, maar 'k ben zelf niks bang en ik ben de baas." »!t ?s rijkelijk gevaarlijk schipper," zei Bottes nog eens „Niks gevaarlijk en stap nou maar over, anders is t haast weer vloed," zei Geert, de touwen waarmee de boot aan 't schip gemeerd lag, losmakend van de bolders.

„Nou vooruit dan, ik zal maar denken dat je wel weet hoeveel 't lijden kan," besloot Bottes, overstappend en zijn gewone plaats tusschen de riemen innemend.

Als steeds de laatste nachten, lag 't water onbewogen om het schip, strekte het blak zich uit tot zoover het oog reikte bij 't licht van de afnemende maan die van een onbewolkte hemelstrook over het wad scheen, als over een beeld van kalmen vrede en doodsche rust.

Maar toch — terwijl Geert, onder 't moeizame getrek van Bottes aan de zware riemen, op welker aandrang de lompe schuit maar traag door 't water gleed, van 't voorplechtje af de lucht nog eens opnieuw aan een

— 90 —