Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage I.

— 6 —

SOCIALISTISCHE MEETING OP 27 JUNI 1915 IN DE HEPKEMA BOSCHJES TE HEERENVEEN.

Door prachtig weder begunstigd, kwamen tal van belangstellenden samen. Alhoewel in de verste verte niet behoorend tot de partij, lag de naaste aanleiding tot mijn gang derwaarts in de meer dan ergerlijke wijze, waarop in het openbaar — ook door een gezelschap wielrijders, dat ter vergadering optrok — betoogd werd. Mijn protest 'geldt niet de mij — „geheel onbekende" — sprekers, maar de door hen gebezigde opruiende taal, die helaas! door zoovele aanwezigen hier en elders toegejuichd wordt. Toen — aan 't slot der redevoeringen — een voorgelezen motie niet weerlegd en daaruit de gevolgtrekking gemaakt werd, dat de motie met algemeene stemmen was aangenomen, ontsnapte een krachtig en diepgevoeld „neen" mijne lippen. Met — op één na — algemeene stemmen dus werd de motie aangenomen. Uit de redevoeringen wensch ik het licht op de navolgende punten te laten vallen.

Ie. „De bekentenis, dat Friesland staat aan de spits der Socialisten, een feit waarop zij zich verhoovaardigen. Het begrip „Vaderland" heeft voor hen geen waarde.

2e. „Opwekking om zich met hand en tand te verzetten tegen aanneming van de in behandeling komende wet strekkende tot verhooging van 's Lands weerkracht."

3e. ,'t Bespottelijk maken van hen, die Koningin en Vaderland dienen: het uniform betitelende met apenrokken.

4e. „Het hoonen en verdachtmaken van de regeering en in algemeenen zin van de werkgevers, de maatschappij onderverdeelende in de kapitalisten of uitzuigers en het proletariaat of de onderdrukten."

Om' kort te gaan: „Schering en inslag was ontevredenheid zaaien èn aanzetten — zoo noodig — tot daadwerkelijk verzet."

Te betreuren daarom is het, dat zelfs van den kansel politieke redevoeringen worden gehouden, zoodoende de hand reikende aan de Socialisten en de anarchie.

Het moet mij van 't hart, dat zulke leeraars spelen met vuur. Kunnende putten uit een nimmer opdrogende bron, hebben zij _ op 't voorbeeld van onzen grooten Meester — het evangelie te prediken, d. i.: „troost te bieden", „tot 't goede op te wekken", „de liefde", „de eendracht", „de broedermin", en „de verdraagzaamheid", aan te kweeken. Een hartelijke en innige, tot het Opperwezen gerichte bede om onze geliefde Vorstin en de Haar

Sluiten