Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

En er wordt in de maatschappij niet alleen stoffelijk, er wordt ook geestelijk geleden. En dit geestelijk lijden, dit gebrek aan zaken die voor ons geestelijk leven onontbeerlijk zijn, moet niet worden geringschat.

De mensch leeft niet van brood alleen.

De mensch heeft behoefte, aan boeken, aan kunst, aan muziek, aan poëzie. De mensch heeft noodig vrijheid om van dit allés in de waarachtige beteekenis van het woord te kunnen genieten.

Een onontbeerlijke faktor voor de volmaking van het geluk is de vrijheid. De vrijheid om zich te bewegen, te arbeiden, te kunnen ontplooien wat in hem leeft, heeft de mensch noodig.

Deze vrijheid zoekt men in deze maatschappij te vergeefs.

Van de wieg tot aan de stervenssponde is de mensch gedwongen in een keurslijf. De confentie (gewoonte) de wetten, de moraal, zij belemmeren hem in elke beweging. Aanschouw den mensch in de jeugd, op den volwassen leeftijd en in de grijsheid. Nooit of nimmer vindt men hem in vrijheid. Op de school, in het huwelijk, bij den arbeid, onverschillig waar, altijd slaaf.

Van de vrije uitleving van wat in ons leeft, het werken en handelen overeenkomstig ons innerlijk weten en voelen, komt niete terecht.

Heeft het kind, de jongeling of het meisje, uit de klasse der nietsbezitters aanleg om in den een of anderen tak van kunst of wetenschap zich te bekwamen, er wordt geen rekening mede gehouden. Zoodra de leeftijd is bereikt waarop de geschiktheid tot arbeid is gekomen, dan moet dit slavenwerk worden opgenomen, wat het eerst voor de hand ligt en wat het beste in den altijd dringenden nood kan voorzien.

De jongen of het meisje uit de bezittende klasse daarentegen zal gelegenheid vinden om tot eiken tak van kunst en wetenschap toe te treden. Ook al is, en dit geschiedt natuurlijk vaak, de geschiktheid in 't geheel niet aanwezig.

Door deze verhoudingen ontstaat het droevige feit dat geen 2/10 van de menschen den tak van werkzaamheid beoefent die overeenstemt met hun neigingen en aanleg. Het is meer gezegd door ons: op gymnasium vindt ge de menschen die beter geschikt waren achter den ploeg te loopen — achter den ploeg vindt ge vaak den dokter, den dichter, den kunstenaar, den musikus.

In het huwelijk, in de verhouding tusschen beide geslachten, vindt men dezelfde toestanden. Hoeveel levenslange verbintenissen zijn tusschen man en vrouw gesloten waarbij werkelijk de karakters en neigingen met elkander overeenstemmen? Elk weet dat meestal andere drijfveeren dan zuivere liefde de beide geslachten tot elkander brengt en doet behouden in deze maatschappij. Op dwang berust ook het huwelijk. Dwang, opgelegd door kerk of staat, of door zucht naar stoffelijke bevrediging.

En zoo leeft de mensch altijd in slavernij.

In de jeugd een dwangopvoeding; bij den arbeid op fabriek of werkplaats dwang; in het huwelijk dwang, altijd dwang.

Nooit is de mensch zich zelf; nooit kan de mensch zich zelf zijn.

En deze bij allen en altijd knellende banden volmaken met de stoffelijke tekortkomingen, der menschen ongeluk.

* * *

Sluiten