is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de defensie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elementaire opleidingen geldt volstrekt niet, dat de hoogsten in rang daarvan ook de meeste kennis en ervaringen hebben. In het leger, dat mij voor den geest staat, zal dat stellig niet het geval kunnen zijn. Wanneer de leiding der oefeningen bij het depot aan bekwame en betrouwbare krachten is opgedragen en op den dienst en op de resultaten toezicht wordt gehouden door twee hiërarchieke ressorten, den commandant van het depot en den wapen-inspecteur, dan zal dat kunnen waarborgen wat men moet verlangen.

De organisatie van een depot houdt slechts indirect verband met het jaarlijks te oefenen aantal recruten ; zij moet worden vastgesteld in overeenstemming met de maximum sterkte, die gelijktijdig in opleiding zal zijn. Wanneer op iedere 15 miliciens van die sterkte •één instructeur beschikbaar is, zal daarmede vermoedelijk kunnen volstaan worden. De behoefte aan instructeurs is in de eerste maanden der opleiding uiteraard grooter dan in de latere. Zij wisselt ook met het leervak. Omdat de behoefte aan instructeurs uiteenloopt, zullen deze niet allen doorloopend, maar ten deele voor tijdelijk, aan een bepaald onderdeel worden toegewezen.

Ieder der depots moet voorts berekend zijn voor de opleiding van miliciens tot sergeant. Bovendien zullen enkele depots georganiseerd moeten zijn voor de opleiding van militie-sergeanten tot tweede-luitenant.

Het depot zal een afzonderlijk onderdeel moeten bevatten, compagnie, afdeeling, school of hoe men het noemen wil, voor iedere + 150 man van voormelde maximum sterkte, aan welks hoofd, voor de leiding der instructie, een kapitein-instructeur is te plaatsen. Een afzonderlijk onderdeel voor het depot