Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

vermeld. Ja, wij vinden de overgang van ft in cht zelfs in het | Oud- en Nieuwmecklenburgs, immers daarvan heet het'): „das cht berührt sich nahe mit dem ft, welches oft in dasselbe ausweicht z. B. vichtich neben veftich 50, ~achtich, neben -a/he/i, habens, sticht institutum, ctacht vis, ruchte fama; dadurch werden I auch Reime zwischen ft und cht möglich." Dit geldt voor het Oudmecklenburgs2), van het Nieuwmecklenburgs wordt gezegd3): „Die harte Spirans ch verhalt sich jetzt ebenso wie in den vorigen Periode; doch werden der cht, welche hochdeutschen ft entsprechen, durch Einfluss der letztern weniger; fest stehen noch achter post, schacht scapus, sacht dulcis; lucht und luft aer sind gleich in Geltung."

Talloze voorbeelden zouden in dit verband noch te vermelden zijn: ik wijs noch slechts in het algemeen op de sterke kracht der analogie, zoals die bij de bestudering van het Oud- en Nieuwfries blijkt; verder op de mooie voorbeelden van klankdifferenciëring die in het hedendaagse Fries zijn op te merken, zodat b.v. in verschillende streken van Friesland dezelfde woorden met fc/, met ei en met ai of ai worden gehoord met nauweliks merkbare overgangen, terwijl in de laatste tijd b.v. in een deel van Menaldumadeel en van Barradeel in de plaats daarvan van jongeren bijna oi wordt gehoord, b.v. in heit .vader', wein .wagen', reine .regenen', greide .weiland' 4). En hoe duidelik blijkt het ontoereikende van de gewone onderverdeling in dialekten van het Fries, wanneer men de overstelpende menigte streek- en plaatsverschillen leert kennen die in het Fries voorkomen; hoe duidelik ook de moeilikheden en ingewikkeldheden welke aan dialektonderzoek zijn verbonden alsmede de onvolledigheid niet alleen, maar ook de onbetrouwbaarheid en onjuistheid van het taalbeeld dat uit een gering getal voorbeelden wordt ontworpen.

Maar ook zonder meer voorbeelden te horen zal men zeker

') Karl Nerger, Grammatik des mecklenburgischen Dialektes ülterer und neuerer Zeit, Leipzig 1869, S, 60.

2) 13de — eerste helft 16de eeuw: t. a. p. 7.

3) t. a. p. 152.

*) Op Schiermonnikoog sinds lang oi, hoewel in andere verdeling. Ook, doch weer anders, in het Zuidhoeks. Fonetiese karakters van de Association phonétique internationale.

Sluiten