Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Een directeur van eene N.V. te Amsterdam, gehuwd, in het bezit van 3 kinderen, bezit een vermogen van / 250.000.—, geheel in obligaties en grond belegd, waarvan hij een inkomen

trekt van / 12000.—

Hij heeft voorts als directeur een salaris van / 12000.— Hij had over 1919 in 1920 een tantième kunnen

toucheeren van / 8905.—

Totaal dus / 32905.—

Deze directeur betaalt nu in 1921 ƒ22 de volgende belastingen:

9>°5 % van zijn salaris en tantième x) / 905.—

Vermogensbelasting.

vermogensbelasting / 250.—

42 opcenten w.o. 17 prov. 4verdedigingsbelasting ia

30 opcenten / 180.—

verdedigingsbelasting 16 / 165.— j ^

Hij heeft een netto inkomen van / 32000.—; mag wegens zijn 3 kinderen hief / 600.— aftrekken, zoodat hij voor de Rijksinkomstenbelasting wordt aangeslagen naar een inkomen van / 31400.—

Hiervan betaalt hij in hoofdsom / 1784.— 25 opcenten voor het rijk en 17

voor de provincie / 749.28 ^ 2532 2$

Verdedigingsbelasting II / 498.50

Gem. Belasting Amsterdam / 4467.60

Grond- en personeele belasting / 1500.—

/ 10499.38

of pl.m. 32 % van het inkomen.

*) In deze en de volgende voorbeelden wordt eenvoudigheidshalve van „betalen" van dividend en tantième-belasting door den directeur der Naamlooze Vennootschap gesproken, ofschoon de verschuldigde bedragen door de Naamlooze Vennootschap worden betaald en door deze op het uit te betalen tantième gekort.

Sluiten