is toegevoegd aan uw favorieten.

De wetten der Goddelijke Voorzienigheid in de zaligmaking van den mensch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NUT DOEfï GÈEÈT HEMELSCHE ZALIGHEID.

107

king op de liefde en de. wijsheid, en alle uitwendige dingen op weelde en aanzien. Hieruit blijkt nu wat verstaan wordt met het liefhebben van „nut" terwille van het „nut", en welke de „nutten" zijn, waaruit de mensch wijsheid heeft, waaruit en in overeenstemming waarmede iedereen aanzien en weelde in den hemel heeft. (A. V. 1193).

84. Omdat de mensch geschapen is om nut te stichten, en dit is den naaste liefhebben, daarom verrichten allen, die in den hemel komen, wie het ook zijn moge, „nut", en door het nut en door hunne liefde hebben zij alle vreugde en zaligheid en op geene andere wijze is er hemelsche gelukzaligheid. Wie gelooft dat deze in ledigheid geschonken wordt, dwaalt zeer. Zelfs wordt er geene ledigheid in de hel geduld, zij die daar zijn, zijn in werkhuizen, en onder een rechter, die den in wonenden de taak oplegt welke zij dagelijks te doen hebben. Hen die niet werken, wordt geen voedsel en ook geene kleeding gegeven, en zij staan hongerig en naakt, en worden zoo gedwongen.

Het onderscheid is dat zij in de hel „nut" doen uit vrees, maar in den hemel uit liefde, en vrees geeft geene vreugde, maar liefde wel.

Maar niettemin wordt het gegeven, het werk af te wisselen met verscheidenheden in gezelschap met anderen, die ontspanningen zijn en dus ook „nutten". Het is mij gegeven geworden vele dingen te zien in den hemel, vele in de wereld, en vele in het menschelijk