is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige gebouwen en meubelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeleinden, vindt men er meermalen herhaald. Zoo b.v. de dakvormen, pijlers, kruisgewelven etc. Alles wat echter eenigermate versierende details kunnen heeten, vindt men er afgewisseld. Ieder steenen geraamte der vensters, ieder glas- in- loodraam, ieder kapiteel, ieder console, ieder deurhengsel, ja, tot iedere geheele toren toe is hier afwisselend, is schepping, is geen copie! Al moge een zekere eenheid in de samenstelling aan al de Middeleeuwsche gebouwen ten grondslag liggen — het detail, de versiering, vertoont een oneindige verscheidenheid en - bij dikwijls verrassend juiste stof-uitdrukking — daarin een bijna onuitputtelijke oorspronkelijkheid.

Bij lange na niet in alle tijden is men kunnen komen tot het scheppen van een stijl. In zeer veel gevallen is de poging hiertoe zoozeer mislukt te noemen, dat men eerder van een wanstijl kan spreken. Vooral de uitdrukking van het doelmatige, dat de basis der bouwkunst is, is bij het streven naar een sterke stofuitdrukking dikwijls teloor gegaan.

Vanaf de oudste tijden vindt men hiervan voorbeelden, die, naarmate zij de andere noodzakelijke stijleigenschappen in zich hebben, niet nalaten door deze nog een schoonheidsindruk te verwekken. Vooral is dit het geval bij gebouwen, waarvan de muren met zuilen zijn bezet.

Hoewel tegen een muur geplaatst, deze bouwdeelen doelloos en onconstructief zijn te noemen, hebben sommige kunstenaars er toch zulk een schijn van welgeplaatstheid aan weten te geven, dat althans het minder scherpziend oog van met bouwkunst weinig vertrouwden daardoor bevredigd was. Voorbeelden van dergelijke „muurversiering" vindt men vooral uit den Romeinschen- en Renaissancetijd, doch een enkele maal ook uit den Griekschen en Middeleeuwschen. Men behoeft echter maar ééns het verschil in uitdrukking op te merken, dat er bestaat tusschen een vrijstaande en een tegen-den-muur aangebrachte zuil, om zich bewust te worden van de misplaatsing der laatste. Daarbij is nog te bedenken, dat door het aanbrengen van zuilen tegen den muur als „versiering" men bijna zeker genoodzaakt is, de vensters een ten opzichte van de inwendige verdeeling van het gebouw gedwongen, niets zeggende plaatsing en vorm te geven. Deze wijze van gevelversiering kan men dan ook ~ althans in onzen tijd, waarin men wel beter weet — slechts beschouwen als een speculatie op het ongeoefend oog, dat dikwijls geen kunst van wankunst onderscheidt of wel als een bewijs van onmacht tot het leveren van oorspronkelijke schoonheid.

Over het algemeen is stijl minder te ontzeggen aan de landelijke en de eenvoudige stadsbouwtrant, waarin sedert onheugelijke tijden met de meest eenvoudige middelen werd gebouwd, eigenlijk zonder vooropgezet trachten naar schoonheid. Deze is hier als vanzelf ontstaan doordat het practisch doel op naïve wijze eruit spreekt, terwijl er, doordat de materialen — om zuinigheidsreden — op zijn eenvoudigst zijn aangewend, vanzelf voor die materialen karakteristieke vormen zijn gebruikt; deze laatste berustend op de bepaalde eigenschappen der materialen, zijn immers ook gewoonlijk met het meeste voordeel practisch aan te wenden.

Aldus spreekt er uit dergelijken bouw allereerst doelmatigheid en verder een ongedwongen karakteristiek der aangewende stoffen. Wij behoeven slechts te zien hoe in