Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HONGERIGE STEENEN.

Toen de zon achter de heuveltoppen verdween, viel er een lang donker gordijn voor het tooneel van den dag, en de tusschen-geleegen heuvelen verkortten 'den tijd waarin licht en schaduw zich mengen bij zonsondergang. Ik dacht er oover een ritje te doen, en was op 't punt op te staan toen ik schreeden hoorde op de trappen achter mij. Ik keek om, maar er was niemand.

Toen ik weer ging zitten, denkende dat het een illusie was, hoorde ik veel schreeden, alsof een groot getal persoonen haastig de trap afkwamen. Een vreemde huivering van genot, ligtelijk met vrees gemengd, ging mij door 't lichaam, en hoewel er geen gestalte voor mijn oogen was, scheen het mij toch als zag ik een stoet blijde maagden de trappen afkoomen om te baden in de Soesta, dien zoomeravond. Er was geen geluid in de vallei, in de rivier, of in 't paleis, dat de stilte brak, maar ik hoorde toch duidelijk het blij en vroolijk gelach der meisjes,, als het kabbelen van een beek die in honderd watervalletjes voort-stroomt, terwijl zij langs mij renden, in speelsch en vlug krijgertje, naar de rivier, zonder iets van mij te bemerken. Eeven als zij onzichtbaar waren voor mij, zoo was ik onzichtbaar voor hen.

Sluiten