is toegevoegd aan uw favorieten.

Hongerige steenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZIJN HOOGHEID HET KIND.

39

om zou zijn trouwe bediende hem zonder reeden bedriegen ?

„Maar", voegde hij er gestreng aan toe, „Raicharan, je kunt hier niet blijven."

„Waar moet ik naar toe, Meester?", zeide Raicharan, met gesmoorde stem, terwijl hij zijn handen vouwde, „ik ben oud. Wie zal er nog gesteld zijn op de diensten van een oud man?"

De meesteres zeide: „Laat hem blijven. Mijn kind zal het prettig vinden. Ik vergeef hem."

Maar Anukul's rechterlijk geweeten kon dat zichzelf niet toestaan. „Neen", zeide hij, „hem kan niet worden vergeeven wat hij gedaan heeft".

Raicharan boog zich tot den grond, en omvatte Anukul's voeten. „Meester", riep hij uit, „Iaat me blijven. Niet ik was'het die het deed. Het was God."

Anukul's geweeten was nog pijnlijker getroffen dan te vooren, toen hij hoorde hoe Raicharan de blaam op God's schouders trachtte te werpen. „Neen" zeide hij, „Ik zou het niet kunnen toestaan. Ik kan je nooit meer vertrouwen. Jij -hebt een daad van verraad gepleegd".

Raicharan stond op, en zeide: „Niet ik was het die het deed."

„Wie is het dan", vroeg Anukul.