is toegevoegd aan uw favorieten.

Hongerige steenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AAN GOD GEWIJDE.

115

Ik zeide haar; „Wanneer ik stil ben, kan ik met mijn gansche lichaam luisteren. Ik ben van Calcutta hierheen gekoomen om naar dien klank te luisteren".

De Gewijde zeide: „Ja, dat weet ik, en daarom ben ik hier gekoomen om bij U te zitten".

Eer ze wegging, boog zij zich opnieuw diep voor me neer, en raakte mijn voeten aan. Ik kon zien dat ze teleurgesteld was, want mijn voeten waren bedekt. Zij wilde graag dat ze naakt waren.

Den volgenden morgen vroeg ging ik naar buiten, en zat op het terras booven op het dak. In het zuiden oover de streep boomen heen, kon ik het oopen veld zien liggen, kil en verlaten. Ik kon de zon achter het suikerriet in het Oosten zien opkoomen, oover het groep boomen aan de kant van het dorp. Uit de diepe schaduw van deeze donkere boomen kwam de dorpsweg plotseling te voorschijn. Al kronkelend liep hij voort naar eenige verderop geleegen dorpen aan den horizont, tot hij zich verloor in het grauw der neevelen.

Het was dien morgen moeyelijk te zeggen, of de zon was opgekoomen of niet. Een witte neevel hing nog altijd booven de boomen, Ik zag de Gewijde door den groezeligen ochtend loopen, als