is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

in den meest volstrekten zin is aanwezig voor de publieke verkeerswegen.

Een tweede vraag, die bij gelegenheid van algemeene beschouwingen naar voren komt, is deze: Is vereischt, dat de beschonkene op openbaar terrein was, of is voldoende, dat hij kon worden waargenomen door personen, die zich op publiek terrein bevonden, terwijl hij zelf op niet-publiek terrein was?

De laatste, strengere opvatting past bij de boven gegeven omschrijving van „publiek terrein", en zij is m.i. de principieel juistere. 1) Alleen wanneer men haar aanvaardt, kan in algemeenen zin worden gesproken van strafbaarstelling der „openbare" dronkenschap.

Een origineel standpunt wordt ingenomen door H e i n z e, die een soort van semi-publiciteit voldoende acht. Hij wil als dronkenschap op publieke plaatsen behandeld zien de dronkenschap in particuliere woningen, die zich daarbuiten of in de nabuurschap openbaart door een ergernis verwekkend rumoer, door bedreigingen, vechterijen, hulpgeroep of door de vlucht van bedreigde personen. 2)

Ik wil niet ontkennen, dat dit voorstel op overweging aanspraak heeft. Het publiek praesumeert in de bedoelde gevallen dronkenschap, welk vermoeden door nadere bewijsmiddelen kan worden gestaafd.

Strafbaarstelling alleen dan, wanneer de beschonkene zelf zich bevindt op openbaar terrein, is het minder strenge standpunt.

Gronden, die voor deze beperking pleiten, zou men kunnen zien in het volgende. Bezwaarlijk zal dan een beroep kunnen worden gedaan op de onbevoegdheid van de Overheid, om te treden in kringen, die voor haar gesloten moeten blijven. Tevens zullen, wanneer de beschonkene zich niet bevindt op openbaar terrein, de

1) Zij wordt door den Hoogen Raad gehuldigd voor het begrip „openbare schennis van de eerbaarheid" in artikel 239 1<> W. v. S. Zie arrest van 12 Mei 1902, W. v. h. R., Nr. 7768.

2) Actes St. P„ deel 2, bl. 136.