Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Ncderlandschen Anti-Oorlog Raad en vermeldde in zijn orgaan van die maand: „De Ned. Anti-Oorlog Raad heeft als eerste werkzaamheid op zijn programma geplaatst: het richten van een schrijven naar alle vereenigingen van den meest verschillenden aard, om zich aan te sluiten bij den Raad, en daardoor te erkennen dat zij alle, welk ook het bijzonder doel der organisatie zij, bij den vrede belang hebben. Door deze poging, om organisaties voor den vrede te winnen en aldus den „vrede door organisatie" te bevorderen, wordt de eerste schrede gedaan op den weg door de heeren J. B. Akkerman, A. Feberwee en H. Uyttenboogaard reeds lang bepleit. De voor dit doel ingestelde Commissie van „Vrede door Recht" kan dus nu haar werkzaamheden voorloopig als geëindigd beschouwen." (Dit citaat niet bij wijze van zelfverheffing, doch ter wille van de duidelijkheid in het verband dezer beschouwingen).

De Ned. Anti-Oorlog Raad werd opgericht uit een vrij groot aantal vooraanstaande Nederlandsche mannen en vrouwen van alle richtingen. Dit reeds, dat personen van de meest uiteenloopende politieke en godsdienstige gezindheid schouder aan schouder kwamen staan, om eensgezind samen te gaan werken voor den wereldvrede, gaf te kennen, dat een nieuw pacifisme was geboren, hetgeen ook blijken mocht uit den „Oproep", dien de Raad dadelijk tot het Nederlandsche volk richtte, en waarin als een der hoofdpunten van het program vermeld stond „het streven naar een krachtige nationale en internationale organisatie van alle tegenstanders van den oorlog." Tegelijkertijd werden alle burgers en alle vereenigingen, organisaties en politieke partijen tot medewerking aan den arbeid van den Raad opgewekt, onder de betuiging „dat een bestrijding van den oorlog in het algemeen voor het vervolg zou moeten uitgaan van de massa des volks zelve." „Geen naïef vertrouwen op vage vredesformules, zelfs op welomschreven wederzijdsche verplichtingen, bezielen ons. De wereldoorlog van thans' heeft' in dit opzicht, helaas, entzaglijk veel geleerd!" zoo schreef het Raads-bestuur. En hiermede scheen het oude pacifisme uitgeluid en een moderne idee ingeluid te zijn. Het „naïef vertrouwen" van vroeger scheen — ongetwijfeld tot groote dankbaarheid van velen in den lande — de plaats te moeten ruimen voor een krachtig streven naar rechts-zekerheid, een rechtszekerheid, die als in elke maatschappelijke rechtsorde, ook hier alleen te verkrijgen zou zijn door rechtsdwang, m. a. w. door naast een rechtsprekend lichaam (b.v. hét Hof van Arbitrage) te stellen een uitvoerende macht, welke alleen door de hulp „van de massa des volks zelve" tot stand gebracht zou kunnen worden. In het kort, de leus scheen te zullen worden: vrede en recht door organisatie,

Om dien „Oproep aan het Nederlandsche volk" verdiende

Sluiten