is toegevoegd aan uw favorieten.

Luther herdacht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

anders dan hij had gedacht en gewenscht. Den 16 April, 's voorm. om 10 uur, den gewonen tijd van het middagmaal, trok Luther, met zijne reisgenooten in het rijtuig gezeten, .zelf gekleed in monniksgewaad, de stad binnen. Vele aanzienlijke lieden, onder welke ook hovelingen van Keurvorst Frederik den Wijzen, waren hem te gemoet gereden en kwamen met hem mede. De torenwachter van den Dom, een aanzienlijke stoet ziende naderen, begon op zijn trompet te blazen en weldra vulden zich de straten met eene buitengewone menigte van menschen, op ongeveer twee duizend geschat, die zich om Luther verdrongen. Onder hen bevond zich ook de hofnar van den hertog van Beieren, in een vreemd gewaad gedoscht, een kruis voor^ich uit dragende en op den klagenden toon van een „de profundis" Luther toezingende: „Advenisti, o desiderabilis, Quem exspectabamus in tenebris".1) Uit alle vensters keek men naar den „ketter". Men verhaalt, dat ook de Keizer zelf dit deed en, ziende de bleeke, ascetische gestalte van Luther, gezegd moet hebben: „Waarlijk, die zal mij niet tot zijn geloof bekeeren."

Uit Aleanders verhaal van dezen intocht van den „grooten haeresiarch" blijkt duidelijk zijne teleurstelling en verbittering. „Ik vernam — zoo schreef hij naar Rome — uit het haastige loopen van het volk,

i) „Gij zijt aangekomen, o begeerenswaardige, maar wien wij in de duisternis verlangden*'.