Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging zitten in de oude leunstoel. Beneden in de tuin hoorde hij oom en tante praten en hij onderscheidde z'n eigen naam. Een bittere trek kwam om z'n mond en driftig sloot hij het raam, waardoor plots een dieper stilte in de kamer viel. Daarop ging hij weer zitten, leunde het hoofd achterover en staarde duister voor zich uit. Fijne rimpels lijnden over zijn zeer hoog en blank voorhoofd en een scherpe groef lei zich tussen zijn grote, donkere ogen, waarin een blik kwam, weinig minder koel en hooghartig, dan die van het portret. Zoals hij daar zat, onbewegelik en somber, was hij wél een jonger evenbeeld van zijn vader.

In stille verbazing omgleden Marcus'' gedachten het vaststaande feit, dat hij nu inderdaad onderwijzer ging worden. Het had hem zo lang onmogelik geleken en belachelik. Hij kón zich de toestand niet voorstellen, dat hij daar komen zou aan een volksschool en als minste der onderwijzers daar dag aan dag aan een klas vieze, onwelriekende kindertjes, zoals hij ze gezien had bij zijn proefles, zou leren hoe ze moesten optellen en aftrekken, schrijven en lezen. Hij, Marcus van Houwaert, de zoon uit het oude, trotse geslacht van patriciërs en bankiers, de laatste afstammeling. Tot het laatste ogenblik had hij gehoopt op een wonder, op iets, dat komen zou onverwacht en geheimzinnig, iets stralends, iets, dat wellicht verband zou houden met z'n vader, en dat hem redden zou, dat hem ontheffen zou aan de sfeer van benauwenis, die hem allengs begon te omwolken. En hij wist niet zeker, of hij nu, nu de benoeming een voldongen feit was, nóg niet hoopte. Want Marcus was even twintig en hij had een levendige geest, die zich veel bezig hield met zichzelf.

Stil dwaalden zijn gedachten om en een uiterst pijnlik zelfmedelijden ving aan hem gans en al te overweldigen met zijn diep-weemoedige stemming. Was hij niet altijd ongelukkig geweest? Waren ooit zijn diepste verlangens bevredigd? Wat was dat voor een treurige, vreugdeloze jeugd geweest, de zijne?

Z'n moeder had ie nooit gekend. Wel z'n vader, de grote, slanke man met z'n fijne, zwarte baard en z'n bleek gezicht, z'n trotse, koele ogen en z'n diepe, mooie stem. Zij woonden in Amsterdam op. de Keizersgracht in een groot, statig huis; erwaren meiden en knechts en er was veel geluid in huis van bezoekers, van feesten en diners. De kleine Marcus had een geweldige, alles overheersende liefde voor zijn vader, maar deze merkte hem nauweliks op en er gingen soms dagen voor-

2

Sluiten