is toegevoegd aan uw favorieten.

Marcus van Houwaert

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denken, die ook zo plotseling van gelaatexpressie veranderen kon. „Werkt u veel?" vroeg hij.

„Bij vlagen," antwoordde Greskamp. „Soms dag en nacht, maar soms voer ik ook wel es in weken geen slag uit."

„Da's juist het verkeerde," zei De Wilde, „je moet geregeld werken. Geen dag zonder lijn, dat zeiden de klassieken al.

„Daarom kunnen wij het juist niet zeggen," bromde Greskamp Bc ben geen klassieke, rustige Griek. Be ben een

rusteloze moderne schilder. Ik zoek. Als ik eenmaal gevonden

zal hebben, dan zal ik ook elke dag m'n lijntje zetten

Maar dan mag ik lijen, dat ik dan gauw doodga," voegde hij er ernstig achter.

„Nou, dan kan je met jouw constitutie zoo oud worden als Methusalem," zei Berg lachend. „En drink nou je thee uit, anders wordt ze koud."

„Jij hebt zo'n plezierige manier om iemand naar de aarde terug te voeren," zei De Wilde ironies.

„Voor mij wel es nodig," gaf Greskamp gul toe.

Hij dronk met een paar grote slokken z'n thee uit en toen vroeg hij aan Marcus :

„Zo, dus u is onderwijzer Dat zou je ook niet aan u

zeggen."

„Da's tenminste één troost," lachte Marcus. „Onderwijzer is een heel nuttig beroep," prees de ander nadrukkelik.

„0 vreselik nuttig," zuchtte Marcus, „en zo aangenaam. Vooral als je aan een armenschooltje bent zooals ik, en de hele dag moet omgaan met de schoffies uit de smerige achterbuurten van Hof stad."

„Zou u Bever omgaan met de verwende snotneusjes uit de betere standen?" vroeg Greskamp scherp.

„Die hebben tenininste meer intellect," zei De Wüde.

„Dat Beg je!" stoof Greskamp op. „Die hebben wat meer eigenwijze, onkinderlike praatjes, die ze van papa en mama hebben opgevangen, maar ze hebben minder intellect dan het volkskind, dat moet."

„Misschien zou het volgens uw logica moeten," antwoordde Marcus grimmig, „maar ik moet u helaas verzekeren, dat het met hun intellect heel treurig gesteld is. Niet beter dan met hun zindelikheid en hun manieren."

„Onzin," raasde de schilder, „ze moéten meer intellect heb-

110