is toegevoegd aan uw favorieten.

De kleine Johannes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KLEINE JOHANNES.

Dan moest hij weer aan dat boekje denken, waarin alles zoo klaar en eenvoudig geschreven stond, en aan dien eeuwig zonnigen, stillen herfstdag, die dan volgen zou.

„Wistik! Wistik!"

Windekind hoorde het

„Johannes! gij zult toch een mensch blijven, vrees ik. Zelfs uw vriendschap is als die van menschen, — de eerste, die tot u sprak na mij, heeft al uw vertrouwen weggenomen. Ach, mijn moeder had wel gelijk!"

„Neen, Windekind! Maar gij zijt zooveel wijzer dan Wistik, — gij zijt ook zoo wijs als dat boekje. Waarom zegt gij mij alles niet? Zie, nu! waarom blaast de wind door de boomen, dat zij moeten buigen en weer buigen? Zie, zij kunnen niet meer, — de mooiste takken breken, en bij honderden laten de blaadjes los, ook al zijn ze nog groen en frisch. Ze zijn zoo moede en kunnen niet meer vasthouden, en toch worden ze telkens weer opnieuw geschud en geslagen door dien ruwen, nijdigen wind. Waarom is dat? Wat wil de wind?"

„Arme Johannes! dat is menschentaal!"

„Laat het stil worden, Windekind! Ik wil stilte en zonneschijn!"

„Gij vraagt en wilt als een mensch, daarvoor is antwoord noch vervulling. Als gij niet beter leert vragen en wenschen, zal de herfstdag nimmer voor u aanbreken,