Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langen tijd placht te zijn: zij was kosteres in het klooster, waar zij het haren kleed droeg; zij vervulde haar taak met ijver en stiptheid bij dag zoowel als bij nacht; zij luidde de klok, ze zorgde voor het licht en der kerk kostelijken tooi en wekte 't klooster als het tijd was om op te staan en Gode prijs te zingen en lof.

Wat de jonkvrouw niet uit haar ziel had kunnen bannen was de liefde; de liefde die zooveel wonderlijke zaken pleegt te doen geschieden overal waar menschen wonen.

Vaak brengt ze schande, ellende, verdriet; vaak ook blijdschap en alle goede dingen.

Den wijze maakt ze zoo dwaas, dat zijn lot wel zeer te beklagen is, sommigen heeft ze zóódanig in haar macht dat ze niet weten of ze spreken of zwijgen zullen om het doel van hun verlangen te bereiken.

Menigeen doet ze vallen, en hij staat niet op voor het haar goeddunkt. Den gierigaard maakt ze mild — slechts door haar toedoen geeft hij, wat hij anders voor zich had gehouden.

Men vindt lieden zoo getrouw, dat de liefde hen weelde, blijdschap en droefheid met den ander doet deelen; zulk eene liefde noem ik een trouwe!

10

Sluiten