is toegevoegd aan je favorieten.

De burggraaf van Bragelonne, of Tien jaar later

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

307

„Zwijg erover!" zeide hij met vlammende oogen. „Zwijg erover!"

„Monseigneur, ik ken dit geheim reeds twee maanden; u ziet derhalve, dat ik het goed bewaard heb."

„Dank je, Guénaud; ik zal voor je fortuin zorgen. Ga nu en zeg aan Brienne, dat hij een klerk stuurt. En laa t M. Colbert roepen!''

HOOFDSTUK XLIV. Colbert.

Colbert was niet ver. Den geheelen avond had hij in een gang met Bernouin en Brienne staan praten en de gebeurtenissen van den dag besproken. Het wordt ongetwijfeld tijd in enkele woorden een der interessantste personen van die eenw te beschrijven en die misschien met evenveel waarheid te beschrijven als zijn tijdgenooten het hebben kunnen doen. Colbert was iemand, op wien de geschiedschrijver en de moralist gelijke rechten hebben.

Hij was dertien jaar ouder dan Lodewijk XIV, zijn toekomstige meester.

Van een middelmatige gestalte, eerder mager dan dik, had hij weggezonken oogen, een laag voorhoofd en stug, zwart, maar heel weinig haar, zoodat hij volgens de biografen van zijn tijd al heel vroeg een kalotje droeg. Een strenge, zelfs harde blik, een stijfheid, die voor zijn ondergeschikten trots, voor zijn meerderen een affectatie van waardige deugdzaamheid was; een trotsche hooghartigheid voor alles, zelfs wanneer hij alleen was. Dat wat zijn uiterlijk betreft.

Wat zijn moreel betreft, men roemde zijn diepen en breeden financieelen blik, zijn vindingrijkheid om zelfs de onvruchtbaarheid te laten voortbrengen.

Colbert was op de gedachte gekomen de gouverneurs der grensplaatsen te dwingen de garnizoenen zonder soldij te onderhouden van wat zij uit de belastingen kregen. Een zoo kostbare eigenschap bracht kardinaal Mazarin op het denkbeeld Joubert, zijn intendant, die pas gestorven was, te vervangen door Colbert.