is toegevoegd aan je favorieten.

Zonnegloren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 303 —

vervangster, Renate van Kambach, een jonkvrouw van achttien zomers. Ze luisterde naar het gesprek der jonge lieden, maar ze was er niet geheel bij. Steeds weer ging haar blik naar de viool, en door haar ziel ging in stilte een vraag. Geen tochtje was. over de snaren gegaan; het zijden lint, waaraan Sibylle de viool had opgehangen, raakte ze niet aan. Wat was er dan gebeurd? En aan de 'ziel der oude vrouw klopten de gedachten.

Jutta vroeg haar meesteres, of ze vermoeid was, of ze zou bellen om de huisgenooten samen te roepen vopr het avondgebed.

Doch zij Weerde af.

„Neen, Eicheltje, liever nog niet."

En zij bleven samen.

Tot laat in den avond werd muziek gemaakt. Wendler zong, geaccompagneerd door zijn bruid, en Renate verraste haar oudtante met een goedgeoefende altstem.

Eindelijk verklaarde Eicheltje, dat het half twaalf was, Excellentie moest naar bed. Zij zou bellen voor het avondgebed.

„Pas maar pp, dominé Wendler, dat u niet al te zeer onder de pantoffel komt," wendde zich de oude dame lachend tot haar gast. „U ziet, hoe er met mij Omgesprongen wordt."

Hij ging mee schertsen. „Ja, ik sta verbaasd, Excellentie. Als ik dat geweten had!"

„Daar komt een rijtuig over het voorplein," zei Renate daartusschen.

Allen luisterden toe,

„Zop laat nog," zei de vrouw des huizes, en Jutta ging naar buiten.