is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Lam Gods op Golgotha

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

den vreemde zijt heengetogen, als gij maar belijden wilt: „Vader, ik heb gezondigd!" — o dan zult gij zien dat de armen diens Vaders reeds naar u zijn uitgestrekt, Hij die reeds zoo lang naar u heeft uitgezien toen gij nog toefdet in het vreemde land, in de slavernij der zonde. Gods weg is altoos in de diepte, en daardoor komt het dat een zondaar, die meent dat hij voor eeuwig van God verlaten zal zijn, juist dan het dichtst is bij de troostvolle ervaring, dat hij door het vaderharte Gods is aangenomen.

O, wanneer wij dat eenmaal door genade hebben leeren verstaan, dan worden wij zoo klein in eigen oogen! Wanneer wij hebben ingezien dat alleen dit onuitsprekelijk zware lijden van onzen Zaligmaker in staat was ons te verlossen, hoe gruwelijk wordt ons dan elke hoogmoedige daad of gedachte, die ons weer iets van onze zaligheid in eigen hand zou doen houden! Hoe is het mogelijk dat wij niet al onze vreugde, al onze hoop, al onze liefde tot dien machtigen Overwinnaar bepalen, die zich voor ons heeft doorgeworsteld ook door dezen nacht van Golgotha, opdat Hij ons zoude leiden tot het volle licht zijner blijde gemeenschap! Hoe is het mogelijk dat onze mond ooit nog iets anders dan lof en dank kan uiten, waar zulk eene barmhartigheid aan zulke snoode afvallingen wordt geschonken!

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gif mij verlaten f Het waarou blijft eeuwig ondoorgrondelijk voor ons, maar niet alzoo het waarTOE! Wij hebben u het antwoord gegeven, en nóg eens willen wij het herhalen — ach tot in eeuwigheid zal dat antwoord ons nieuwe stof tot jubel geven I Hij is door God verlaten, opdat wij nimmermeer van Godverlaten, maar eeuwiglijk tot Hem genomen zouden worden. God heeft de verzoening gevonden, waardoor het gevallen menschdom