is toegevoegd aan uw favorieten.

Een wandeltocht met avonturen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

Toen keken beiden naar John en John keek naar zijn neven.

„Ik wil graag meerijden in een wagen, ja!" zei John.

„Ja," zei Wim, „ik ook, maar ik ben bang, dat we mijnheer en mevrouw veel te veel last veroorzaken."

Geen sprake van," zei de heer Vermane. „Het rijtuig komt voor; dat is al besteld. Last hebben we dus niet van jelui. Integendeel, je zult me een groot plezier doen, als jé meegaat, want mijn vrouw is dol op John en ze wil hem dus nog graag een dagje bij zich hebben."

„Dan zullen we uw vriendelijk aanbod met dankbaarheid aannemen, mijnheer," zei Wim.

„Goed zoo," sprak de heer Vermane. „Zorg maar, dat je om half tien klaar bent, dan staat het rijtuig voor de deur."

Na het ontbijt bracht Jan den hond, die ruim zijn portie had gekregen van de lekkere beetjes, naar de keuken en hij vroeg den knecht daar om een emmer water, om zeep en een borstel. Kaatje zou mee in het rijtuig, zie je, en daarom moest de hond eerst eens een flinke beurt hebben.

Ik zal jelui niet veel vertellen van den rijtoer, dien men dien dag maakte; avonturen beleefden de knapen niet. Alleen deel ik je even mede, dat men van Driebergen naar Doorn, vandaar dwars door de hei naar Amersfoort, van Amersfoort over Soestdijk naar de Bildt en daarna over Zeist weer naar Driebergen reed. Verrukt over den prachtigen tocht kwamen allen juist tegen etenstijd terug.

Na het diner ging men het bosch in, maar Wim bleef thuis. Het was zijn beurt om aan vader en moeder te schrijven en daar hij heel wat te vertellen