is toegevoegd aan uw favorieten.

Greet Hemming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

Ma zei pa daarnet zoo papegaaiachtig na: „al wie hier 't huis oneer aandoet, moet er maar uit." Kon ik alsjeblieft 't huis maar oneer aandoen, dan was ik er uit. 't Eenige is, hoe kom ik dan an brood. En hóé oneer? Ik heb der geen eens gelegenheid toe, jammer genoeg. Ik doe ze nou wel al oneer an, omdat'k half gaar ben, maar

dat is dan toch nog wat anders. Oneer wat mijn nou nog voor

oneer kon overkomen, zou 'k wel 's willen zien, zoo'n éér heb ik nou van m'n leven ook nooit genoten; als je toch al altijd gescholden wordt Anfijn, al praat ik er lang over of kort over,

ik kan geen oneer uit de grond slaan, en ik blijf hier zitten

Nou maar 's gauw thee zetten, anders is daar binnen weer herrie over, en krijg ik nog te hooren wat Willemien Pols van me zei. Die zégt netuurlijk uit 'r eigen niks, maar 't lieve Diaantje pompt

't uit 'r. Ik wou dolgraag vroeg naar bed, hoor God, kon dat

nou niet voor éénen keer, Luus en Diana, net of die nou niet 't gas kunnen uitdraaien en 't lampje voor pa en ma klaarmaken. Ik zeg 't ze meteen ook...."

Maar toen Greet met de thee binnenkwam, toonde Diana noch Lucie zin, ma, die daar natuurüjk om vragen zou, met uitkleeden te helpen. Dat deed Greet toch altijd, waarom nou juist van avond niet? En zij raadden haar aan dan maar zoo lang boven wat bij de kinderen te gaan zitten dommelen. Hopeloos zag Greet van het eene strakke onwillige gezicht naar het andere.

Q ja, dommelen bij de kinderen. Er viel anders wél aan te denken eer ze naar bed waren. En ze verkozen 't volstrekt niet, 't was nog lang geen tijd. Eerst moest er nog kien met ze gespeeld worden, onderbroken door theedrinken, waarbij Christientje nijdig en afgunstig veronderstelde dat Anton meer melk had dan zij, en hem op een gegeven oogenblik het kopje uit de hand kwam rukken, om zich te overtuigen. Anton klemde het oortje tusschen de vingers, Christientje gaf er een stomp op, de theemelk vloog over tafel en vloer, overspoelend de scherven van het tegen den tafehand kapot gevallen kopje, en Greet kon den boel opredderen.

Daarna mocht ze weer kiennummers uitroepen, hetgeen ze vermoeid-werktuigelijk deed. Volgde het uitkleeden, met Christientje zoo lang mogehjk talmend om Greet te pleizieren. Eindelijk lag Anton, in zijn kabinetje naast de ouderlijke slaapkamer, behoorlijk ingestopt onder de dekens, hij leek Greet in dien staat altijd een dikke worst tóe, en trok Christientje, die niet wenschte ingestopt te worden, in Julia's kamer haar laatste kleedingstuk uit, zich, van alles ontdaan, toonend griezelig schriel en dun, een vermenschehjkt bezemsteeltje.

„Genacht," zei Greet kortaf. Christientje stak haar lange bleekroode tong uit, haar gebruikelijke avondgroet.