Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

483

„Ja, ja, gelukkig wat een troost, geef hem mij even, chérie hier is een brief voor je." Madame nam haar het kind af.

Indien het mogelijk was voor Greet nog bleeker te worden dan zij al was, werd zij het. Zij trachtte de hand uit te strekken, maar zij kón het niet. Zij viel terug in dé kussens, steunend, de vermenschehjkte smart.

„Zal ik weggaan ?" vroeg madame Perraud eindelijk. Greet knikte ontkennend. En na eenige minuten kon zij den brief in ontvangst nemen en openen. Ze snikte er luide over, en het deed haar goed dat haar overspanning brak. Gelukkig, vond zij, hij was niet slecht, hij was maar zwak, hij had de verleiding niet kunnen weerstaan, hij, de slaaf van zijn hartstochten, die hem ten slotte toch onbevredigd zouden laten.

„Greet, ik ben niet waard te schrijven aan zoo iets heilig-goeds en reins als jij, ik weet dat ik n fielt ben, maar ik kan niet anders. Ik ben niet voor een als jij, zoo naïef en 'kinderlijk-teer, ik ben voor een andere geschapen, voor een die jij moet verfoeien. Ik heb

zoo lang tegen mijn ware natuur gestreden, tóén is zij gekomen

Ze heeft me lief en is zonder me ongelukkig.

Ik had me tegen mezelf, tegen vrouwen als zij willen beschermen door jou maar de duivel is me de baas geweest.... en

heeft gemaakt dat ik niet zonder haar kan.

Je bent stil van me weggeslopen, zonder een woord van verwijt, integendeel je briefje was zoo mooi, zoo goed, als het madeliefje dat je zelf bent. Zoo wit en onschuldig. Je hebt gedaan zpoals je eens gezegd- hebt dat je zou doen en hebt gelijk gehad.

Greet, weet je dat je een plekje schitterblank ben geweest in mijn donkere zieleleven, een héérlijk plekje waar ik gerust heb? waar mijn vermoeid hart gesluimerd heeft als tegen wit fluweel. En mijn eigenlijke hart hoort jpu, Greet; ik bedoel het beste en nobelste (als je die woorden nog van me wilt hooren) wat ik heb, hoort jóü. In mijn hart is een schrijn, een kleine schrijn met mijn allerheiligste. Neen, daar kan niemand, niemand, niemand bij, Greet, en dat is gewijd aan jou. Nooit zal ik je vergeten, jou mijn eigen vrouw, en als ik eens oud en gebroken bij je weerkom, om uit te rusten, o stoot me dan niet af. En voed mijn kind, ons kind, op tot iets beters dan zijn vader. O, ik lijd zoo om wat ik je moet aandoen, en toch.... toch zou ik niet gelukkig meer zijn mét je, want wij passen niet bij elkaar. Je bent te braaf voor me.

Bhjf hier. Ja, ik weet dat je te trotsch bent om naar Holland te gaan, maar bhjf hier in de stad. Nooit, mijn arm kind, zal 't je aan iets ontbreken, vertrouw op mij. Al werd ik zelf broodeloos, jou zou ik 't ruim geven. Jou en 't kind. Soms zal ik duldeloos verlangen je te zien, me te laven aan je puurheid, je trouw en

Sluiten