Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

497

Hier zijn we er.... Hier zit Katrien.... kun je alleen naar huis.... wil ik even met je meegaan? Waar woon je?"

„Hier vlak bij..., nee, ik kan misschien alleen, of, nou, als je me wilt brengen? 't Is hier op de volgende kade."

„Greetje, ik was ellendig, toen je me riep, maar als jë wist hoe ik me nü voel, nu ik de oorzaak ben dat je nog'weer zoo moest bloeden dan zou je misschien medelijden met me hebben En toen ik naar je toekwam, had ik zulke beste voornemens, zulke broederlijke. En hoe moet 't nou voortaan? Stoot jij, die voor mij de eenige waarachtig goeie mensch bent in deze valsche gemeene vervloekte wereld, me nu voor altijd van je af? Mag ik

niet nog eens komen praten? Mag ik je niet van dienst zijn

als een soort van broer....?"

„J— jja...." haperde Greet, in diep medelijden met zijn deemoed, en een soort van blijdschap in zich voelende tintelen, dat iemand nog zóóveel om haar scheen te geven. „Wil je zien waar

ik woon? Kom dan maar 's praten van tijd tot tijd " Maar

plots viel haar iets in „Burger...."

Hij rilde, hij dacht aan Patty.

„Doe me een plezier en zeg Emile. Als ik een zuster, had, zou ze ook Emile zeggen. En jij bent toch een zuster. Van begin af aan heb ik je zoo gevoeld...."

„Ja, ja, en ik jou als een broer." Op eens, diep beschaamd : „O, ik weet zelf al niet meer wat ik daar net gezegd beb, van Donald en mij. Vond je me gek, onbehoorlijk, onkiesch soms? O, denk dan maar niks leelijks van me, minacht me der niet om. Ik kón me niet bedwingen, zelfs niet waar jij bij stond, als man "

„Kind— kind wat ken je me weinig Jij bent een

lijdend wezen, dat moest klagen, en ik ook. Jij hebt een hart vol droefheid en ik heb er een. Waar halen toch de menschen dat

zotte onderscheid altijd vandaan..,. Man.... vrouw als ze

zich nu maar eens in de ziel willen schouwen. Denk je nu dat de ménsch in den grond van zijn wezen, van al-wat-dés-ménschen-is, niet hetzelfde is en blijft ? al verschilt de bouw, al zijn, door maatschappelijke omstandigheden en opvoeding, de détails van denken en weten anders ? En in een oogenblik als wij nu samen doorleefden, als 't menschelijk hjden zóó groot is, dat 't een aanklacht wordt tegen 't raadsel dat ons geschapen heeft, valt dan niet weg al 't kleine, 't huichelachtige, dat de wereld om ons heen heeft gekorst, en staan we dan niet groot-natuurlijk en zuiver in onze hulpeloosheid, als naakte kleine kinderen midden in een geweldige zee, waarvan de golven spelen en spotten met onze tranen, en is die zee niet 't leven ? Jij en ik, we zijn zoo'n paar kinderen, we kunnen elkaar open en onbevangen aankijken. Ik weet heel goed wat jij je man wijdde,

Greet Hemming. 32

Sluiten