Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

De Voorzitter der commissie antwoordde op deze rede als volgt: „Excellentie,

„De tweeledige taak, die Uwe Excellentie in breede trekken omSchreef en daarbij opdroeg, aan de door Haar zoo even geïnstalleerde comn^pae voor de organisatie van het medisch hooger en „middelbaar onderwijs en het voorbereiden van eene inrichting „voor medisch hooger onderwijs hier te lande, is behalve een hoogst „belangrijke, tevens een schoone en, zonder de moeilijkheden te „onderschatten die bij het leggen van nieuwe grondslagen zieh „plegen voor te doen, ook een alleszins hoopvolle.

„Een schoone taak, omdat de raadgeving die Uwe Excellentie, „als gevolg onzer werkzaamheden verwacht, de vonk zal moeten „zijn, die een brandpunt van kennis en wetenschap ontsteekt, welke ,.op geneeskundig gebied voor deze landen een eigen sfjeer zal schep„pen, niet alleen veelzijdig weldadig voor hare naaste omgeving, „maar ook de ontwikkeling der geneeskundige wetenschappen in „het algemeen van haar invloed doordringend.

„Inderdaad, wil men deze schoone perspectieven eener eersterangs hooger onderwijsinrichting als centrum van wetenschap „voor Insulinde verwezenlijkt zien, dan zal de werkelijkheid helder „voor oogen moeten worden gehouden, doch daarbij zal niet mogen „worden vergeten, hoe een doelbewust vasthouden aan wat wij „ons als ideaal stellen, tot verwezenlijking daarvan voert.

„In dit opzicht nü, noem ik onze taak tevens eene hoopvolle, „want de geschiedenis der ontwikkeling onzer geneeskundige vak„scholen en de maatschappelijke waarde van de door deze afgele„verde geneeskundigen, heeft m.i. duidelijk aangetoond, dat het „door Uwe Excellentie uitgesproken vertrouwen, alleszins gegrond „is, dat inderdaad voldoende elementen, onder de inheemsche bevolking dezer landen aanwezig zijn om een brandpunt van kennis „en wetenschap op geneeskundig gebied in het leven te kunnen „roepen niet alleen, doch, is het eens ontbrand, ook te kunnen „onderhouden. Elementen van wie niet slechts verwacht moet worgden, dat zij de voor de dagelijksche practijk onmisbare parate „kennis kunnen vergaren, waartoe de bestaande vakscholen hun nu ,.de gelegenheid reeds bieden, doch bij wie men tevens vermogens vermag aan te kweeken en tot ontwikkeling brengen, die hen in „staat zullen stellen zelfstandig de bekende wetenschap op nieuwe „banen te leiden en daardoor niet alleen de naaste omgeving, doch

Sluiten