is toegevoegd aan uw favorieten.

Van 't verleden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

Ook in de 13e eeuw kende men de waarde van een goede bemesting. De meeste pachters hadden in hun contract eene bepaling, die hen verplichtte om paarden- en koemest en ook mergel te gebruiken. In sommige parochiën bewaarden de ontvangers van de tienden het .stroo van de tienden, om den landbouwers mest te verschaffen.

De landbouwers in West-Europa maakten in de Mi<$* deleeuwen veel gebruik van mergel, die, volgens Plinius, het eerst door de Galliërs en de Britten als mest gebezigd is. De landstreken, waar mergelgroeven voorkwamen, verkregen hierdoor eene hooge waarde. In de verkoopcontracten werden onderscheiden de gronden, die met mergel waren vermengd. Het vermengen van de aarde met mergel had plaats ëlke 15 jaar, terwijl de dierlijke mest-stoffen om de 2 of 3 jaar werden gebezigd. De wisselbouw was algemeen gebruikelijk.

Alvorens te zaaien werd geploegd. Sommigen, die geenen ploeg bezaten, leenden dien of wel zij bewerkten den grond met het houweel. De ploeg was aanvankelijk zonder wiel, later voorzien van twee wielen en werd door paarden of door ossen getrokken. Zeer gemoedelijk en zacht werden deze dieren behandeld; door het zingen van liederen of lofzangen moedigde de latodbouwer de dieren aan gelijk nog ten huidige dage de Javaansche landbouwer doet.

Vóór Kerstmis werd de grond gereed gemaakt om het winterkoren te kunnen zaaien. In de lente werd de akker bereid tot het zaaien van het zomerkoren' of wel gezuiverd, om een jaar braak te liggen. Na St. Jan werd de akker dikwijls bereid voor het tweede gewas. Men gebruikte ook de egge met een of twee paarden. Het was hoog noodig het bezaaide veld te bewaken tegen eventueele verwoesting door boosaardige menschen of door dieren. Daartoe waakte dan de man die voor korten tijd als wachter was aangewezen. Om-