Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

de pedagogiese, nbch in de letterkwidige wereld zal men de nieuive voorschriften met ingenomenheid, ontvangen. Onderwijzers kunnen — volgens de juiste opmerking van Prof. D. C. Hesseling — nooit datgene goed en met overtuiging onderwijzen, waarvan zij de innerlike onwaarde beseffen.

2 . De voorstanders achten een nieuwe kunstmatige regeling niet zo bezwaarlik, als het aantal zogenaamd mannelike woorden maar sterk ingekrompen wordt. Zij zien daarbij over het hoofd, dat aan de verouderde onderscheiding een groot stuk verouderde spraakkunst vastzit, als de traditionele taal- en redekundige ontleding, waarvan Dr. Jac. van Ginneken terecht opmerkte : Nog wordt eiken dag die mummikataloog op alle scholen als onmisbare levenswijsheid ingeprent, op kweekscholen zelfs, hoe droog het ook zij, voor voedend levenssap letter voor letter geslikt; nog worden ge durende meerdere maanden in het jaar alle toekomstige onderwijzers voor custos in dit mikrokosmos-museum geëxamineerd. Dat kan zoo toch niet langer blijven" •).

3°. De overgang van de oude spelling naar de vereenvoudigde zal vlotter gaan, naar mate de laatste zich door eenvoud onderscheidt. Vele ouderen zullen nog wel te vinden zijn voor een vereenvoudiging van hun spelling, waarvan zij de regels in één dag kunnen leren, terwijl ze een tussenstelsel met uitzonderingen, die het herhaaldelik raadplegen van een woordenboek noodzakelik maken, zullen weigeren. Maar bovenal bij het onderwijs is in de overgangsperiode een nieuwe ingewikkelde regeling bezwaarlik. Leerlingen die de oude spelling geleerd hebben en dan in een klasse komen

l) De Nieuwe Taalgids V, blz. 274.

Sluiten