Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

door hen in werkelijken dienst te laten komen, door hen in den kortst mogelijken tijd zoo goed mogelijk af te richten, dan zullen we een geoefende reserve krijgen. Die reserve kan dan de oudere jaargangen vervangen. We krijgen dan niet zoozeer legeruitbreiding, als wel legerversterking in de diepte, zoodat ons leger na groote verliezen gewoon weer op sterkte gebracht kan worden. Dat dan zoo'n leger, op een betrekkelijk klein front, heel wat in de weegschaal te brengen heeft, is zeker.

Maar het is vooral om den oorlog te voorkomen, dat we het landstormwetsontwerp spoedig wet hopen te zien worden.

Wat baten alle mooie theorieën en verdragen 1 Met hoeveel welsprekendheid kon men voor eenige jaren bewijzen dat Japan en Rusland nooit zouden samen gaan; dat Rusland en Engeland volkomen strijdige belangen in Afghanistan en aan de Dardanellen hadden — en toch, het is alweer de practijk die het tegenovergestelde van de theorie bewijst.. Wat baat het of men al verzekert dat wij geen oorlog zullen krijgen. Laten we ons wapenen tot aan de tanden — niet om tot oorlog aan te zetten —, verre van dat, maar om de vrede, waarin ons land zich nu reeds een jaar mag verheugen, te bewaren.

Een sterk leger in ons land zal geen oorlogstemming verwekken; nog meer dan nu, zal dan overal gevoeld worden wat het leger, wat de oorlog is. En dan zal geen welversneden pen van buitenlandsche schrijvers, in enkele onzer dagbladen, de bevolking tot den oorlog kunnen opruien. Het volk zal zich krachtiger, maar vooral geruster gevoelen. En het rechtsgevoel, dat nu bij tal van militairen geschokt is, zal weer hersteld worden.

Men hoeft zich heusch niet angstig te maken dat mannen van 40—45 jaar zoo maar opgeroepen zullen worden. Er zal wel degelijk met allerlei omstandigheden rekening gehouden worden.

Misschien africhting in de buurt der woonplaats, enz.

Maar het is een dure plicht, zoowel tegenover den staat, als tegenover zichzelf en tegenover de andere militairen, dat de landstormwet er door komt en dan unaniem, opdat het buitenland ziet dat wij één wil, maar ook één wensch — den vrede te bewaren — hebben.

Sluiten