Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voornaamste der eerstgenoemde riffen zijn het Pasi Belongka-rif, dat beoosten de rivier van Larompong, nauwelijks 2 K. M. uit den rand van het kustrif gelegen is, en het Lamoenrerif, dat ongeveer 8 K. M. uit de kust beN. O. de Tjimpo-emonding aangetroffen wordt. Het kustrif zelve is bijna overal smal.

De genoemde rivieren zijn voor de scheepvaart van geen beteekenis, slechts kleine prauwen kunnen een eind weegs opvaren, meestal tot de eerste landwaartsche vestiging.

Van Palopo voert de weg naar het Zuiden door de ± 21/2 K.M. breede vlakte der Latoepa-rivier, welke voor het grootste gedeelte is ingenomen door de natte rijstvelden der bevolking van Palopo.

Aan den Zuidrand van deze vlakte stroomt de kleine rivier van Ralona, ten Zuiden waarvan het heuvelterrein dicht tot de kust nadert, met den 415 M. hoogen heuvel van Boea. Daarlangs is het tracee van de weg gezocht en gevonden.

Abendanon vond, dat deze heuvelrug opgebouwd is op een ondergrond van diabaas, waardoor vulkanische vormingen van andesietisch materiaal heengedrongen zijn. Dit laatste gesteente levert bij verweering een steenrooden kleibodem op. (8. 1. p. 51).

Ten Zuiden van dezen rug stroomt de rivier van Boea naar zee, welke haar oorsprong vindt op de Oostelijke hellingen van den meergenoemden B. Tede.

Abendanon, die na den tocht van Palopo uit naar Salo Limboeng, door het dal van de Djenemaëdja naar de kust en van daar naar Palopo terugkeerde, vond op dien terugweg in de Salo Boea, alle rotssoorten van het bereisde gebied terug. Ook de kleisteen uit het boven-Djenemaëdja dal.

Hieruit besluit deze onderzoeker, dat die „kleisteen-formatie, „zich naar het O. over de secundaire waterscheiding heeft uitgestrekt, of dat oorspronkelijk rechtstreeksche afwatering van „het binnenland naar de zee heeft plaats gehad. (8. I. p. 51)".

Ten Zuiden van de rivier van Boea, strekt zich weder een kleine sawah-vlakte uit, waardoor de weg loopt, maar ook daar reiken de uitloopers van de kustreeks tot dicht aan zee.

De kustlijn heeft hier van de monding der rivier van Boea bij kaap Boea, langs hoek Karang-Karangang, een nagenoeg N. — Z. richting, tot zij even bezuiden dien hoek rechthoekig naar het Oosten ombuigt tot in hoek Djene, waar de Zuidelijke richting weer hernomen wordt.

446

Sluiten