Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

DE GENEZING OP HET GEBED.

eeuw gebeurde het, dat men uit de kerklampen de olie wegstal, daar men aan deze olie, om haar gewijd karakter, een wonderdadige geneeskracht toeschreef. Augustinus verhaalt uit zijn eigen leven, dat hij van een vreeselijk gezwel alleen op het gebed genas, zonder eenige medische hulp,

Toen de kerk het wonder zag verbleeken en wijken, is de, olie-zalving een sacrament geworden, het z.g. laatste oliesel, waarbij wel verlichting of wegneming van .pijn in de be-ï doeling ligt, maar hoofdzaak geworden is de voorbereiding' voor de eeuwigheid.

Met elk tijdperk van godsdienstige beroering deed echter opnieuw het wondergeloof zijn intrede in de kerkelijke wereld. Een neven-verschijnsel bij elke reformatie is de geneigdheid tot terugkeer naar het glorietijdperk van de apostolische eeuw, die in den glans van hemelsche wonderen bloeide. In de middeleeuwen verscheen de groote opwekkingsprediker, Fransdiscus van Assisi, voor het volk in de aureool van het wonder, op zijn aanraking werden kranken opgericht, en zelfs ging het gerucht, dat op zijn gebed dooden waren levend geworden.

Onder de dweepzieke Wederdoopers gloorde de hoop, dat het paradijsleven ook voor het menschelijk lichaam in aantocht was. En nog in de 17de eeuw geeft zekere br. Laurent (f 1691) in zijn geschrift „De beoefening van de tegenwoordigheid Gods" aan de zieken den raad geen gebruik te maken van geneesmiddelen, maar alleen op God te vertrouwen. Het mysticisme heeft altijd den weg der middelen versmaad.

Natuurlijk heeft ook het methodisme, met zijn machtige vertakking het adventisme, voor de herleving van het geloof in de onmiddellijke genezing, beteekenis gehad. Het methodisme maakt de grens tusschen het natuurlijke en het geestelijke leven tot een tegenstelling. In zijn steigerend enthousiasme grijpt het vooruit op de voleinding, maar ook terug in de geschiedenis, toen het koninkrijk Gods in geestelijke heerlijkheid het natuurlijke overwonnen had. Men tracht de geestelijke gaven, die God tot grondvesting van zijn kerk tijdelijk geschonken had, het apostelambt, de gave der profetie, der tongen, en .— het kon niet uitblijven, — ook die der gezondmaking te herstellen. Op heel het erf waar het methodisme overwon (het Heilsleger niet buitengesloten) ziet men, hetzij sporadisch en particulier, hetzij officieel als belijdenis der groep, het geloof in de goddelijke genezing herbloeien.

Wij noemen het eerst de Irvingianen, van wie de veel-

Sluiten