is toegevoegd aan uw favorieten.

Liefde en leed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRIEG.

Nu in deez' stillen avond mij uw klanken Drupp'len als zoete laaf'nis in de ziel, Moet ik U, goede, lieve vriend bedanken Voor zooveel vreugde, die ten deel mij viel.

Voor zooveel zielevreugd, die mij verblijdde, Voor zooveel liefde en schoonheid in uw lied, Dat ik in stil geluk en zacht moet schreien. Waarom ik schrei, mijn vriend, dat weet ik niet...

Ja, uwe rijke kunst doet overstroomen Van goedheid en ontroering mijn gemoed. En bij die zaligheid droom ik uw droomen, Lacht mijne ziel, uwe schoone ziel gemoet:

Ik hoor de reine stem van Solvejg zingen, Opklinkend helder in den stillen dag, 'k Hoor rink'len om Anitra's arm de ringen. Ik zie haar lief gebaar, haar tóoverlach,

Ik zie in 't zuivre licht van 't hooge Noorden Uw „schoonen" fijn gelijnd van slape' en wang' In teedre kleurendracht.... Het is of 'k hoorde Hen zingen zacht üw Vaderlandschen zang.

O, kon ik tot U gaan, uw hand te drukken, Uw oog' te zien, van vreugde glans-verklaard Om mijne dankbaarheid, mijn diep verrukken... Ik ging, al woondet ge aan het eind der aard!

ZONNE ZINKT.

Zonne zinkt in 't Westen onder, Als een gouden, stralend hart, Als een machtig levenswonder, Troostend alle menschensmart.

En de wereld en de menschen Worden stiller in haar schijn, Niets meer willen, niets meer wenschen Ze dan stil en moe te zijn.

114