is toegevoegd aan uw favorieten.

De zin der vergelding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

burg in zijn nader te behandelen poging tot rechts fundering —, dat wij aan ieder de „natuurlike" gevolgen van zijn gedragingen of eigenschappen zouden gunnen. Integendeel. De eisen der gerechtigheid en der daaronder ressorterende vergelding gaan lijnrecht tegen deze „natuurlike" gang van zaken in- ~ Het sukses of fiasco, het lief of leed, dat iemand oogst, hangt van tweeërlei përsoonlike hoedanigheden af: zijn voor ethiese beoordeling, zedelike goed- of afkeuring vatbare karaktereigenschappen enerzijds en zijn aan zedelike waardering niet onderworpen intellektuele en lichamelike *) vermogens anderzijds. Wij gunnen nu iemand in 't algemeen noch zonder meer de natuurlike gevolgen van deze laatste anethiese, noch die van gindse ethiese hoedanigheden. Overal waar iemand de dupe wordt van zijn lichamelik of intellektueel onvermogen, zonder dat hem daarbij „schuld" direkt of indirekt te verwijten valt, hebben wij medelijden met de „stakker" of „stumper" en gevoelen wij de behoefte of de plicht tot helpen en vergoeden, tot kompenseren van het geleden leed. Zo dus, waar de zwakke door de sterke mishandeld, de eenvoudige van geest door de listeling beetgenomen en bedot, gedupeerd wordt. Alleen waar enige plichtverzaking, enige zedelike tekortkoming dier dupes mee in het spel is, verandert de zaak: waar zij uit lichtzinnigheid of onverschilligheid of ijdelheid het er maar op gewaagd hebben, terwijl zij voorzichtig en omzichtig hadden behoren te zijn, gegeven hun zwakke krachten, daar achten wij het in de haak, dat zij „door schade en schande wijzer" worden. Wie zich anderer belangen laat toevertrouwen zonder de daarvoor nodige bekwaamheid (chirurg of jurist b.v.) verdient niet alleen het fiasco, dat hij lijdt, maar nog blaam en ev. zelfs straf bovendien. Wie vrijwillig zijn beperkte krachten meet met anderen, in welke wedstrijd ook, verdient nederlaag en overwinning naar het „eerlik", billik resultaat van de kamp; wie zich zedelik of fysiek gedwongen ziet, zijn zwakke krachten te wagen, kan weer zeker zijn van onze tegemoetkomende gezindheid.

Heel anders echter staat het met de „natuurlike gevolgen" van iemands karaktereigenschappen. Immers, waar onzedelikheid, bedrog, huichelarij enz.

het van nature noodzakelik succes heeft, voordeel of genot oplevert

gunnen wij daar'deze bekroning der misdadigheid? Gunnen wij de roofmoordenaar zijn gestolen goed en het genot daarvan — of hopen wij, dat het hem weer zal ontvallen, dat het „niet gedijt"? Wij hebben het klaar besef, dat onzedelik of misdadig genot „onbehoorlik" genot is, iets, dat niet behoorde te zijn, iets, waarvan wij niet alleen moeten wensen, dat het voorkomen ware, maar evenzeer dat het alsnog, zo mogelik, te niet worde gedaan, gekompenseerd worde. Het daartoe strekkend leed, het leed der-

J) Wij houden ons hier eenvoudigheidshalve aan het realisties. dualisties spraakgebruik om aan te duiden, wat phaenomenaliter gegeven is, gelijk wij ook' van zonsopgang blijven spreken, zonder daarmee de leer van Copkrnicus te willen verloochenen.