is toegevoegd aan je favorieten.

De zin der vergelding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RUBRIEK II

DE HEDENDAAGSE FASE DER WORSTELING VAN VERSTANDELIK RELATIVISME MET HET GEVOELS-ABSOLUTISME DER VERGELDINGSEISEN

Behelsden reeds de laatste hoofdstukken, II en III van Rubriek I der vergeldingstheorieën (die der relatieve strafleedfunkties) in menig opzicht overgangen tot Rubriek III, tot de absolute theorieën der vergelding, wij mogen van het relativisme geen afscheid nemen, eer wij met de jongste en rijpste fase zijner worsteling met de vergeldingsproblemen hebben kennis gemaakt en in 't reine zijn gekomen. Het zijn de geheel nieuwe, modernwetenschappelike pogingen ter fundering van het recht tot straffen, enerzijds van een begaafd, scherpzinnig en geleerd jurist, Richard Schmidt, anderzijds van een in de school van Brentano gevormd filosoof en „axioloog", Oskar Kraus, wier zelfstandige onderzoekingen en beschouwingen een afzonderlike, grondige kritiese behandeling vereisen.

Terwijl de geesteshouding van het gros der hedendaagse vergeldingstheoretici het best gekenmerkt wordt als: een door onbegrepen vergeldingsinvloeden getemperd Feuerbachisme, dat tussen mateloze „generale preventie" of „normsanktie" en doellooze „vergelding" als equivalentstelling heen en weer slingert (waarbij dan al naar de përsoonlike gezindheid des auteurs de „speelruimte" van zijn strafmaat speciaal voor een of meer der speciaalpreventieve doeleinden ter beschikking wordt gesteld) — heeft Schmidt zowel een nieuwe, „sociaal-psychologiese" basis als een nieuwe, „rechtelikpedagogiese" funktie ter verklaring en rechtvaardiging der vergelding gezocht en Kraus de strafrechtsfundering op een nieuwe, moderne wijze beproefd in de lijn van Bentham.

Voorafgaan laten wij een krities onderzoek van Tarde's Philosophie Pénale. Want niemand levert ons een gaver, zuiverder beeld van de heden-