is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van een bankier aan zijn zoon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE BRIEF.

Werkend en rustend geld.

De rentepremie. Productie en consumptie.

17 Januari, 1921.

Wanneer iemand iets presteert, d.w.z. een arbeid verricht of een goed uit handen geeft, dan verkrijgt hij daardoor een aanspraak op tegenprestatie die den vorm van „geld" aanneemt. Met deze aanspraak kan hij verschillend te werk gaan. Hij kan deze onmiddellijk doen gelden door het geld weer uit te geven en zich op zijn beurt een goed of een arbeidsprestatie daarvoor te verschaffen, dus door bijv. een horloge te koopen of een pak te laten maken. In dit geval kan het geld aan zijn roeping van hulpmiddel bij den omzet van goederen opnieuw voldoen; het doet zijn dienst, het „werkt* zooals men zegt. De man kan echter ook anders te werk gaan. Hij kan de verworven aanspraak op tegenprestatie onbenut laten, om er pas bij een latere gelegenheid gebruik van te maken, b.v. om den volgenden zomer een reis te doen of een roeiboot te koopen. In dit geval ligt het geld tot den zomer werkeloos in de kast. Het doet geen dienst bij den goederenomzet, het werkt niet, en de koopkracht die het vertegenwoordigt blijft onbenut. De koopkracht „rust".

83