is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk Alexandrijnsche en zoogenoemd Ophitisch evangelische gnosticisme zal (Iren. 1:30, 15) omtrent 12E de gnosis van Valentinus zijn voortgekomen, toen in de groote Jezusgemeente van Rome 1 .de sleutel dei kennis (Luc. 11 :52) reeds bijna niet meer te vinden was; Vader van zelf en op zich zelf is voor den Valentiniaan echter nog de niet verouderende en altoos jong blijvende mannelijk vrouwelijke Aióón Agératos, die oorspronkelijk alles inhoudt zonder bewustzijn en zoo voor als na alles omvat. (Epiph. 31:5; vgl. Iren. 1:29, 1.) „Den Voorvader van alles, het eerste beginsel, noemden zij naar hun zeggen Mensch; volgens hen was dit het groote en verborgene mysterie, dat de alles te boven gaande en inhoudende macht Mensch heette en de Heiland zich daarom Zóón des Menschen noemde." (Iren. 1 :12, 4; vgl. de Nahassenen bij Hippolytus 10 : 9.)

Bij Euripides blijkt in (v. 486 van) diens 'Bacchanten', dat de plechtigheden voor Dionysus zelden gebeurden overdag2; dit bevestigt bij voorbaat de „nocturnos ccetus" van Liv. 39 :15 en doet bij de Christenen denken aan het heilige nacht- of avondmaal. 8

') „Ecclesia catholica": Ign. ad Smyrn. 8:2, Clem. Strom. 7:106. 107, Hippol. de Haeresibus 9:12. Epictetus: rsS xa&oXixoO /ti«vw (Diss. 2:2,25.)

*) Xixntp S'hsXüro tA Kiwnff<a' schol, in Aristoph. Ban. 343.

s) At «ierai ytyvevTKi v«xt4j /jt&Xtsra, zegt in het vierde boek zijner 'Mengelingen' ook de Alexandrijnsche Clemens. In de Grieksche oudheid (Athen. 6:26—27) schijnen tempelmaaltijden voor dischgenooten van den god des tempels eene gewone zaak te zijn geweest; voor het overige heeft het oorspronkelijke evangelie de voorstelling niet ingehouden, dat bij het laatste avondmaal des Heilands het heilige avondmaal was ingesteld. „Toen zij eenen lofzang gezongen en als naar gewoonte- gegeten hadden, zeide hij nogmaals: in dezen nacht zult gij worden geërgerd, overeenkomstig het geschrevene: ik zal den herder slaan en de schapen zullen worden verstrooid. En toen nu Petras zeide al zouden ook allen ik niet, zeide hij: eer de haan tweemaal heeft gekukuukt van nacht, hebt gij mij driemaal verloochend.'' (Een papyrusfragment, gevonden in Faijoem.)

92