is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Scheiding en deeling.

lijks tot boedelscheiding te dagvaarden, ook al heeft de erflater bij testament over zijne geheele nalatenschap beschikt.

HGHof 8 Maart 1917. T. 109, blz. 131, zie het Tonnis a quo T. 104, bis. 611.

18. Indien de vrouw na ontbinding van haar eerste huwelijk door echtscheiding is hertrouwd, kan de actie tot scheiding en deeling van den gemeenen boedel slechts worden ingesteld door den tweeden echtgenoot met wien zij evenals met den eersten in gemeenschap van goederen is gehuwd.

RvJ. Samarang 11 October 19x8. T. xxx, bis. 471.

Scheiding van tafel en bed (verg. rubriek „echtscheiding").

1. Bewijsaanbod van een feit door een partij in cas van scheiding van tafel en bed, hetwelk gepleegd zou zijn na het uitbrengen der dagvaarding, behoort te worden geweigerd, omdat dit feit niet is, trouwens niet kan zijn een van die, waarop de bij dagvaarding ingestelde eisch is gegrond.

RvJ. Batavia 27 November 1908. W. 2393.

2. Het feit, dat iemand in bijzijn van derden te kennen geeft, dat hij in twijfel trekt of hij wel de vader is van het tijdens zijn huwelijk uit zijn echtgenoote geboren kind levert grove beleediging in den zin van art. 233 B. W. op.

Waar een getuige met stelligheid verklaard heeft den gedaagde niet eens doch meermalen te hebben hooren zeggen, dat hij niet de vader is van bovenbedoeld kind kan aan eischeres ter aanvulling van het door die verklaring geleverd bewijs een eed worden opgelegd.

RvJ. Batavia 23 September 1910. W. 24x9.

3. Het toevoegen aan een gehuwde vrouw, van welken rang of stand en onder welke omstandigheden ook, van de woorden „hoer" en „slet", levert een grove beleediging op.

Als zoodanig kan echter opzichzelve niet gelden de bij gelegenheid der verzoeningscomparitie uitgesproken beschuldiging van overspel.

De toevoeging door de vrouw aan haren echtgenoot van het woord „lafaard", gepaard met ontzegging der gemeenschappelijke woning, verbod aan den man om haar te na te komen en aanmaning om haar uit den weg te blijven, levert op een buitensporigheid in den zin der wet, als grond voor een vordering tot scheiding van tafel en bed.

RvJ. Soerabaia 5 Juli 1911.T. 98, bis. 43.

Scheidsmannen.

1. Eischers verzoek tot veroordeeling van gedaagde, om de door den Raad te benoemen scheidslieden als zoodanig te erkennen, is niet voor toewij*

310