is toegevoegd aan uw favorieten.

De invaliditeitswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xcii

Kon. besl. aanmelding, administratie enz.

Koninklijk besluit van den lOden Juni 1919, S. no. 324, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld bij artikel 27, eerste lid, letters b, c, d, e, ƒ en g der Invaliditeitswet.

Wij WILHELMINA, enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid van 9 April 1919, no. 1052, Afdeeling Arbeidersverzekering;

Gezien artikel 27, eerste lid, letters b, c, d, e, f en g der Invaliditeitswet;

Den Raad van State gehoord (advies van 13 Mei 1919 no. 100);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 5 Juni 1919, no. 2428, Afdeeling Arbeidersverzekering;

Hebben goedgevonden en verstaan:1 te bepalen als volgt:

HOOFDSTUK I. Van de aanmelding der verzekeringsplichtige arbeiders.

Art. 1. De aanmelding tot de verzekering kan schriftelijk geschieden door invulling van een door Onzen Minister vastgesteld formulier, verkrijgbaar bij den Raad van Arbeid, aan het postkantoor, bij door den Raad van Arbeid aangewezen commissarissen en op door de Raden van Arbeid ieder voor zijn gebied aan te wijzen plaatsen. Zij moet onderteekend zijn door den aanmelder en door diens-werkgever (art. 313 juncto 314c der Invaliditeitswet).

Art. 2. Het formulier van aanmelding wordt na invulling ingeleverd ten kantore van den Raad van Arbeid of ten postkantore of bij een der door den Raad van Arbeid aangewezen commissarissen.

Art. 3. (1) Indien een aanmelder aan den Raad van Arbeid verzoekt

een bewijs te ontvangen, dat hij. aan zijne verplichting tot aanmelding heeft voldaan, wordt hem dit bewijs uitgereikt (art. 262 der Invaliditeitswet).

(2) Het model van het in het eerste Ud bedoelde bewijs, benevens van het register, waarin van de afgifte wordt melding gemaakt, wordt door Onzen Minister vastgesteld.

Art. 4. (1) Alle schriftelijke aanl meldingen, welke op andere plaatsen dan ten kantore van den Raad van Arbeid worden ingeleverd, worden per eerste gelegenheid doorgezonden naar den bevoegden Raad van Arbeid.

(2) Van elke aanmelding hetzij schriftelijk, hetzij op andere wijze gedaan, wordt onmiddellijk ten kantore van den Raad van Arbeid aanteekening gesteld in het daarvoor door Onzen Minister vastgesteld numeriek register, hetwelk voor iederen Raad van Arbeid met no. 1 aanvangt. Indien de aanmelding overeenkomstig het in artikel 1 van dit besluit bepaalde is geschied, wordt aan het formulier van aanmelding een contrölestrook gehecht, waarvan het model door

• Onzen Minister wordt vastgesteld.

(3) Aanvragen om vrijstelling van den verzekeringspUcht (artt. 52, 355 en 356 der Invaliditeitswet), worden eveneens in dit numeriek register ingeschreven.

(4) Dit register, inventarislijst genaamd, biedt gelegenheid tot opneming van verschillende gegevens betreffende den loop der verzekering en dient daardoor om uit te maken, in welke groep der administratie de betrokken bescheiden zijn te vinden.

Art. 5. Het volgnummer, waaronder de aanmelding in de inventarislijst is ingeschreven, wordt, zoolang de verzekerde tot denzelfden Raad van Arbeid behoort, als rentenummer op alle eventueel aan den verzekerde af te gevea stukken vermeld.