Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 370.

331

is gewerkt, voor zoover over dien tijd de premie door een ziekenkas zou zijn betaald, indien de verplichte verzekering ten aanzien van invaliditeit en ouderdom en ten aanzien van ziekte reeds had bestaan bij den aanvang van het tienjarig tijdvak.

(3) Is de betrokkene bij het in werking treden van dit artikel geen Nederlander, dan heeft hij geen recht op een rente, tenzij hij aantoont gedurende de vijf jaren, onmiddellijk voorafgaand aan het in werking treden van dit artikel, zijn woonplaats of zijn hoofdverblijf binnen het Bijk te hebben gehad.

(4) Het verzoek om rente wordt afgewezen, indien de verzoeker of zijn echtgenoot in de vermogensbelasting was aangeslagen over het belastingjaar, eindigend den 30sten April van het jaar, waarin dit artikel in werking treedt. De inspecteur of ieder der inspecteurs der registratie, binnen wiens of wier divisie de verzoeker in dat jaar heeft gewoond, geven daaromtrent aan het bestuur der Bank op zijn verzoek een verklaring af.

Artikel 370.

(1) Ingeval artikel 369 in werking treedt vóór artikel 31, zijn de bepalingen van eerstgenoemd artikel van toepassing op hem, die na het in werkmg treden van dat artikel doch vóór of bij het in werking treden van artikel 31 den leeftijd van 70 jaar heeft bereikt.

(2) In de plaats van het tijdvak van tien jaren, in artikel 369 bedoeld, treedt als dan het tijdvak van tien jaren, dat onmiddellijk voorafgaat aan de vervuiling van het zeventigste jaar en in de plaats van het tijdstip van hef in werking treden van artikel 369 treedt alsdan het tijdstip, waarop de leeftijd van 70 jaar is bereikt.

De geschiedenis van deze artikelen, welke van zoo groot belang Geschiedenis voor de ontwikkeling van de ouderdomsvoorziening van ons land bepalingen, geworden zijn, werd reeds op pag. 11 in het kort uiteengezet. Toch komt het ons niet overbodig voor, hier nog het een en ander dienaangaande mede te deelen.

• Artikel 357 van het ontwerp (nu art. 369) kende aan personen, die bij het in werking treden van het artikel, dat den verzekeringsplicht oplegt, den 70-jarigen leeftijd reeds bereikt hadden, een kostelooze ouderdomsrente toe, indien zij n.1. verzekerd zouden zijn geweest en recht op een ouderdomsrente zouden gehad hebben, zoo de verzekering reeds eerder ingevoerd was. Een noviteit hield genoemde bepaling niet in. Immers een dergelijke regeUng kwam zoowel in het ontwerp-Kuyper als in het ontwerp-Veegens

Sluiten