Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 411.

357

In het ontwerp kwam slechts het eerste lid van dit artikel voor.

Tijdens de behandeling door de C. v. V. voegde de Regeering in werking een nieuw lid toe, overeenkomende met het derde lid; de Regeering wet.™ d*r stelde daarbij als mogelijk, dat art. 369 eerder in werking zou kunnen treden dan art. 31. Hoeveel eerder zou, meende zij, een financieele questie zijn. Immers de Regeering had het voornemen een deel van het bedrag, dat volgens art. 27 der herziene Tariefwet zou worden gereserveerd, te bestemmen voor een spoedig in werking treden van art. 369.

Het denkbeeld van een spoedige inwerkingtreding van dat artikel was der Regeering sympathiek, omdat de Regeering het hard vond voor personen, die in de termen voor die uitkeering zouden vallen, om leeg uit te gaan op den enkelen grond, dat de wet, schoon aangenomen, nog niet in werking kan treden. Daarop heeft de heer Duijs een amendement ingediend, dat door de Regeering overgenomen, tot het tweede lid geleid heeft.

Zie voorts voor de geschiedenis van dit artikel pag. 7, waar tevens medegedeeld is tengevolge van Welke omstandigheden de termijn van driejaar, welke in 1913 geacht werd noodig te zijn voor de voorbereiding der invoering der wet, tot zes jaar verlengd werd.

Onmiddellijk nadat de Invaliditeitswet tot stand gekomen was Tijdstippen, heeft de Koningin het tijdstip waarop art. 369 in werking zou under? d° treden bepaald. Bij Koninklijk besluit van 12 Juni 1913 (St.bl. artikelen in no. 272) is bepaald, dat art. 369 op 3 December 1913 in werking getreden zijn. zou treden.

Voorts is bij Koninklijk besluit van 19 Juni 1913 (St.bl. no. 281) bepaald, dat de artikelen 1, 29, 30, 161, 313, 375, 376, 389, 395, 401 tot en met 406, 409 en 410 op 1 Juli 1913 in werking zouden treden en de artikelen 2, 3, 21, 27, 28, 77, 127, 128, 133, 134, 136, 155, 156, 163, 164, 166, 167, 168, 169, 171, 344 tot en met 349, 351, 370, 374, 377 en 378 op 3 December 1913.

Later werd bij Koninklijk besluit van 25 Augustus 1913 (St.bl. no. 359) bepaald, dat de artikelen 129 tot en met 132 op 3 December 1913 in werking zouden treden. Zooals bekend zijn deze artikelen op 3 December 1919 vervallen.

Bij Koninklijk besluit van 27 Mei 1919 (St.bl. no. 268), is bepaald, dat de overige artikelen der wet, met uitzondering van de artikelen 31, 69 en 70 op 3 Juni 1919 in werking zullen treden. De artikelen 31, 69 en 70 traden van rechtswege op 3 December 1919 in werking, zoodat van dien dag af de Invaliditeitswet in haar geheel in werking is.

Sluiten