Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

met welgevulde magen uit de nabijige slooten kwakend huiswaarts, waggelloopend als sukkelige besjes, die haast hebben. Ook eenige ganzen, bruine en witte, met lompe roode bekken, slechts af en toe een gaggelgeluid uitstootend, drentelden loom heen en weer in de wei en bleven bij poozen staan, als prakkezeerende philosofen Kobus met verwonderde oogen aanstarend.

De klok van den dorpstoren klepte het Angelus af. De boeren, die nog aan den arbeid waren, hielden even op, ontblootten het hoofd, en vouwden de vereelte handen tot het uitupreken van den engelengroet.

Ook Kobus hoorde de gewijde tonen in de lucht. Maar hij ergerde er zich aan; hem brachten ze geen vrede. Gramschap laaide in hem op, en zijn boosheid sloeg uit in een knarsenden vloek. Doch op datzelfde oogenblik stortte hij, als door den bliksem geraakt, neer van de bank en bleef roerloos liggen met verwrongen gezicht, de glazigstarre oogen wijd open.

Het lijk werd naar de nabijige woning gedragen, daar afgelegd, en in een zijvertrek besteld.

Den volgenden dag bezocht een vreemdeling het molenaarshuis. Koolzwart haar omlijstte zijn mager gezicht met scherpgebogen neus, terwijl smalle donkere wenkbrauwen lijnden boven de vurig schitterende oogen. Hij gaf voor een student te zijn, toevallig in de streek verzeild. Daar het onstuimig buiten was met regenvlagen en bulderende windhoozen en het dorp er nog een eindje vandaan lag, werd hij door de huisgenooten gastvrij onthaald. Er was toch al voor het waken bij den doode vreemd volk in huis: op iemand meer of minder kwam het niet aan. De brooden en vlaas voor het begrafenismaal geurden reeds in de kasten, en over den haard broddelde de ketel met de laatste ham, die nog restte van den vorigen winter.

Na het avondeten kwam de jeneverflesch op de proppen. Want het waakvolk had behoefte aan een slokje; dat hield er den moed in en verdreef naargeestige gedachten. Kobus was toch dood! Waarom zou men treuren?

Diabolus — zoo heette de vreemdeling — gevoelde zich in dezen kring spoedig geheel op zijn gemak. Hij nam joviaal

Sluiten