is toegevoegd aan uw favorieten.

Petrus (en zijn tijd)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gave des H. Geestes ontvangen", ja meer nog de gave der profetie, door JoëL voorspeld, waarvan hij zoo even had gesproken, en die ook voor hen beloofd was, „want aan u is de belofte geschied, en aan uwe kipderen". en niet alleen aan hen, maar in de toekomst ook aan de heidenen, „en aan allen in de. verte, zoovelen als de Heer onze God er zich roepen zal."1)

En voortgaande met spreken wist Petrus er drie duizend toe te brengen om zich dienzelfden dag te laten doopen.

Meerderen van hen zouden straks na het feest terugkeeren naar onderscheidene landstreken, en op die wijze de verbreiders worden van christus' Evangelie; de anderen, die te Jeruzalem bleven, „waren vereenigd, en ze hadden alles in gemeenschap. JEn de goederen en de bezittingen plachten ze te verkoopen en onder allen te verdeelen, naarmate een ieder behoefte had. En dag aan dag verwijlden ze eensgezind in den tempel..."2)

Dit was een gewoon verschijnsel te dien tijde te Jeruzalem en behoeft volstrekt niet onze verwondering te wekken, als we bedenken, dat ook de vreemde priesters, die hunne beurt in den tempel kwamen vervullen, eveneens in gemeenschap leefden, dat in navolging van hen ook de Pharizeeschè schriftgeleerden gemeenschappelijke maaltijden met godsdienstige gebruiken hielden, dat ook de sekte der Essenen3) in gemeenschap van goederen leefde.

Toch onderscheidden zich de eerste christenen, die ook nog aan de Joodsche godsdienstige gebruiken vasthielden (en hiermede slechts langzaam en geleidelijk zouden moeten breken, om den overgang niet te groot, en daardoor des te moeilijker te maken), van de anderen hierdoor, dat zij geen gebruik maakten van de talrijke synagogen, doch steeds „eensgezind verwijlden in den tempel", en dat zij „huis aan huis brood braken en

1) Hand. II :37—39.

2) Hand. II :44—46.

3) Vgl. blz. 12.