is toegevoegd aan uw favorieten.

Petrus (en zijn tijd)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

(Petrus voor het Sanhedrin.)

Reeds spoedig zou petrus de eerste schreden zetten op den lijdensweg.

Met joannes begaf hij zich op zekeren middag omstreeks drie uren naar den tempel, om deel te nemen aan het gemeenschappelijk gebed. Hun weg nemend langs de poort, welkte de Schoone genoemd werd om hare talrijke versierselen, werden zij staande gehouden door een lammen bedelaar, die daar dagelijks het medelijden van de voorbijgangers inriep. Op zijn vraag om een aalmoes aan de Apostelen zagen deze hem aan, en Petrus zeide: „Zie ons aan",1) en als hij dan in de verwachting, dat hij iets van hen zal ontvangen, hen aanstaart, dan vervolgt Petrus: „Zilver- of goudgeld heb ik niet: wat ik echter heb, dat geef ik u: In deti naam van Jesus Christus van Nazareth, sta op en wandel."1) Dan nam Petrus hem bij de rechterhand en richtte hem op.

Vol dankbare vreugde ging en sprong de genezene met de Apostelen den tempel binnen, waar hij de aandacht trok van allen, die hem al jaren lang gekend hadden als de lamme van de Schoone poort. Velen, die getuige geweest waren van zijne wondervolle genezing, waren met verbazing en ontzetting vervuld.

Als dan de wettelijke gebeden verricht waren, drong de menigte, die in den tempel aanwezig was, op hem' aan. Zij konden wel moeilijk twijfelen aan zijne genezing, wijl hij zoo algemeen bekend was, en dat bij deze aan Petrus en Joannes dankte, bleek wel hieruit, dat hij hen onophoudelijk) vasthield, als vreesde hij van zijne weldoeners gescheiden te warden.

1) Hand. III: 3—6.