is toegevoegd aan je favorieten.

De grondslagen der volkshuishouding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)E BIJZONDERE GRONDSLAGEN.

denke men in dit verband aan de zoogenaamde sociale wetgeving, in de verschillende vormen, waarin deze zich openbaart (vereenigingsrecht, loonregelingen, verzekeringswetgeving, arbeidersbescherming). Ook wie met mij van meening is, dat de wetgever veelal de door hem nagestreefde doeleinden niet zal kunnen verwezenlijken; dat zakelijke lasten, op het gebruik van menschelijke arbeidskracht gelegd, ten slotte onvermijdelijk moeten drukken op hare verkeerswaarde, zal toch niet vermogen te ontkennen, dat bepalingen als de hier bedoelde aanvankelijk, door den wetgever overigens wellicht geenszins bedoelde, verschuivingen in de verdeeling van volksrijkdom en volksinkomen, verschuivingen veelal ook in het maatschappelijk productieplan, ten gevolge hebben.

Reeds daardoor zal de wetgever ook het verbruik beïnvloeden, hetgeen overigens soms ook rechtstreeks door hem wordt gewenscht. Ik denk aan bepalingen als die, welke in onze fosforen absynth-wetten voorkomen, aan de luxe-wetgevingen, aan den invloed van accijnzen.

Aan deze enkel illustrandi causa genoemde regelingen zouden voorts andere kunnen worden toegevoegd, waarin de beteekenis van het ingrijpen van den Staat-rechtsvormer gelijktijdig voor voortbrenging zoowel als verdeeling en verbruik duidelijk blijkt. Als voorbeeld wijs ik op de bevolkingspolitiek, welke, van de oudste tijden af, door de Staten in zeer verschillende richting is gevoerd. Reeds Hammurapi, koning van Babyion (2130—2088 v. Chr.) gaf wetten ter vermeerdering van het bevolkingscijfer*). Bekend zijn ook de wetten op dit stuk te Rome gemaakt ten tijde van Augustus (31 voor - 14 na Chr.) !), en de mede op bevolkings-uitbreiding gerichte mercantilistische politiek. Omgekeerd werd, onder den invloed van Malthus' denkbeelden, in sommige duitsche Staten in het begin der vorige eeuw de vestiging van gezinnen bemoeilijkt, terwijl in Frankrijk laatstelijk de Ligue contre la dépopulation een krachtige propaganda voert om, door allerlei wettelijke en administratieve regelingen, hel bevolkingsaccres daar te lande weder te doen toenemen. Bij een onderwerp als dit is het wel aanstonds duidelijk, datstaats-ingrijpen zoowel voor voortbrenging als voor verdeeling en verbruik beteekenis heeft. Doch de enge samenhang tusschen deze drie

1) Vgl. Prof. C. Koehne In Zeitschr. f. Soz. Wiss. 1918, bl. 696 v.v.

2) Vgl. daarover o. m. Montesquieu, Esprit des lois, XXIII ch. 21.